ARTIKEL: Waarom val ik steeds op hetzelfde type partner?

Dit artikel is mede geïnspireerd door inzichten uit de hechtingstheorie, Emotionally Focused Therapy, relatieonderzoek en mijn eigen Zijnsgeoriënteerde opleiding en praktijkervaring.

RELATIES

Niel Rijsdijk is Zijnsgeoriënteerd therapeut en coach. Hij schrijft over hechting, basisvertrouwen, relaties en de invloed van vroege ervaringen op hoe we onszelf en anderen ontmoeten.

7/25/202630 min read

Waarom vertrouwd niet altijd veilig voelt

"Waarom word ik steeds verliefd of aangetrokken op iemand bij wie ik mij uiteindelijk niet volledig begrepen, geliefd, welkom of geaccepteerd voel?"

Het is een vraag die veel mensen zichzelf stellen na een relatiebreuk.

Misschien herken je het.

Je ontmoet iemand en vanaf het eerste moment voelt het bijzonder. Er is aantrekkingskracht. Nieuwsgierigheid. Alsof jullie elkaar al veel langer kennen. Gesprekken gaan vanzelf en ergens voelt het alsof je eindelijk iemand hebt ontmoet bij wie het anders zal zijn.

Toch verandert er langzaam iets.

Niet ineens.

Maar stap voor stap.

Je merkt dat jij steeds vaker degene bent die vraagt hoe het écht gaat. Jij begint de moeilijke gesprekken. Jij probeert te begrijpen wat er speelt wanneer de ander zich terugtrekt. Jij zoekt naar manieren om de verbinding weer te herstellen.

In het begin voelt dat misschien nog heel vanzelfsprekend.

Dat is tenslotte wat je doet wanneer iemand belangrijk voor je is.

Maar na verloop van tijd begin je iets te missen.

Misschien had je een partner die niet altijd voldoende responsief was op wat jij voelde of nodig had. Iemand bij wie je merkte dat je voorzichtig werd met wat je deelde. Bij wie je niet altijd het gevoel had dat er werkelijk ruimte was voor jouw binnenwereld.

Misschien merkte je dat je partner je na verloop van tijd steeds vaker bekritiseerde. Dat jouw gevoelens, keuzes of manier van zijn ter discussie werden gesteld. Misschien kreeg je het gevoel dat de ander zich boven jou plaatste, alsof diens behoeften, visie of gevoelens zwaarder wogen dan die van jou.

Wat in het begin nog als belangstelling of betrokkenheid voelde, kon langzaam veranderen in corrigeren, beoordelen of je het gevoel geven dat je niet goed genoeg was.

Daardoor werd je misschien voorzichtiger. Je ging meer nadenken over wat je zei, hoe je reageerde en of jouw gevoelens wel terecht waren. En zonder dat je het direct doorhad, begon je steeds meer aan jezelf te twijfelen.

Misschien voelde je je op sommige momenten dichtbij de ander, maar op andere momenten juist alleen. Je kon misschien wel praten, maar voelde je niet altijd echt gehoord. Je kon jezelf laten zien, maar niet helemaal. Alsof bepaalde gevoelens, verlangens of kwetsbare kanten van jou moeilijk ontvangen werden.

Langzaam kan dan iets diepers geraakt worden.

Niet alleen het verlangen om begrepen te worden, maar ook je gevoel van basisvertrouwen.

Dat diepe innerlijke gevoel dat je er mag zijn zoals je bent.

Dat jouw gevoelens welkom zijn.

Dat je niet voortdurend hoeft te twijfelen aan je plek in de relatie.

Dat je jezelf niet steeds hoeft aan te passen om verbonden te mogen blijven.

Wanneer dat gevoel ontbreekt, kun je wel een relatie hebben en je toch niet werkelijk veilig voelen.

Je houdt dingen achter.

Je past je aan.

Je twijfelt aan jezelf.

Je vraagt je af of je misschien te gevoelig bent.

Of te veel vraagt.

Of juist niet duidelijk genoeg bent geweest.

En zonder dat je het merkt, raak je steeds verder verwijderd van het ontspannen gevoel dat je gewoon jezelf mag zijn.

Wanneer zo'n relatie eindigt, blijft daarom vaak niet alleen verdriet achter.

Er blijft ook verwarring achter.

Want als deze relatie uiteindelijk niet goed voor mij was…

Waarom voelde deze persoon dan vanaf het begin zo vertrouwd?

Waarom bleef ik zo lang hopen dat het anders zou worden?

En waarom lijkt dit patroon zich steeds opnieuw te herhalen?

Waarom voelt deze persoon zo vertrouwd?

Misschien is dat wel een van de moeilijkste vragen na een relatiebreuk.

Want wanneer we terugkijken, zien we vaak heel duidelijk wat er ontbrak.

We zien de afstand.

De misverstanden.

De momenten waarop we ons alleen voelden.

En toch was er tegelijkertijd iets waardoor we bleven.

Iets waardoor we steeds opnieuw hoop hielden.

Dat kan verwarrend zijn.

Want hoe kan iemand die mij uiteindelijk zoveel onzekerheid gaf, in het begin juist zó vertrouwd voelen?

Veel mensen denken dat verliefdheid vooral ontstaat doordat iemand goed bij ons past.

Misschien is dat deels waar.

Maar ik vraag mij af of er soms ook iets anders meespeelt.

Misschien reageert niet alleen ons hart.

Misschien reageert ook ons zenuwstelsel.

Waarom overkomt mij dit steeds?

Die vraag hield mij lange tijd bezig.

Niet alleen in mijn eigen leven. Tijdens de jarenlange Zijnsgeoriënteerde opleiding die ik als therapeut afrondde, werd mijn vermogen tot diepgaand zelfonderzoek en reflectie voortdurend aangescherpt. Soms bracht dat onderzoek mij op plekken die zowel lichamelijk als mentaal bijzonder ongemakkelijk en confronterend konden zijn.

In het onderzoeken van mijn eigen patronen, in het werken met cliënten en in de begeleiding van medestudenten leerde ik steeds opnieuw voorbij de eerste verklaringen te kijken. Voorbij vertrouwde beschermingsmechanismen en diepgewortelde hechtingspatronen, naar de relationele verhoudingen tussen mijn opvoeders en het emotionele klimaat waarin ik zelf was opgegroeid.

Daarbij onderzocht ik steeds dieper de spanning tussen liefde en waarheid: liefde als het verlangen naar verbinding, en waarheid als het trouw blijven aan wat ik zelf voelde, nodig had en diep vanbinnen wist.

Langzaam begon ik daarin een terugkerend patroon te herkennen.

Misschien kiezen we in de liefde niet alleen met ons bewuste verstand en met de gevoelens die we op dat moment ervaren.

Misschien spelen ook oudere, vaak onbewuste hechtingspatronen en relationele verwachtingen mee. Patronen die al vroeg zijn gevormd in het contact met onze ouders of andere belangrijke opvoeders.

Soms kunnen daarin zelfs intergenerationele patronen doorwerken: manieren van omgaan met nabijheid, emoties, conflict en veiligheid die binnen een familie van generatie op generatie zijn doorgegeven.

Niet noodzakelijk doordat daar bewust over werd gesproken.

Maar doordat kinderen aanvoelen hoe hun opvoeders met zichzelf, met elkaar en met emoties omgaan.

Zo kan iets in ons meespelen dat veel ouder is dan de relatie waarin we ons vandaag bevinden.

Niet omdat we bewust iemand zoeken die op onze vader of moeder lijkt.

Maar omdat we ons soms onbewust aangetrokken voelen tot een bepaalde manier waarop verbinding voelt.

Een vorm van nabijheid die bekend is.

Een bepaalde afstand die we al eerder hebben leren verdragen.

Of een dynamiek waarin we opnieuw hard gaan werken om gezien, begrepen of gekozen te worden.

En daar begint misschien wel een van de grootste paradoxen van de liefde:

Ons verstand verlangt naar veiligheid.
Ons zenuwstelsel herkent vertrouwdheid.

En die twee zijn niet altijd hetzelfde.

Wat vertrouwd voelt, hoeft niet veilig te zijn.

En wat werkelijk veilig is, kan in het begin juist onbekend, minder intens of zelfs wat vreemd aanvoelen.

Dat is misschien wel een van de moeilijkste inzichten wanneer we proberen te begrijpen waarom we steeds op hetzelfde type partner vallen.

Want misschien kiezen we niet alleen voor de persoon die tegenover ons staat.

Misschien voelen we ons ook aangetrokken tot een gevoel dat we al veel langer kennen.

Dat betekent niet dat we gedoemd zijn om dit patroon te blijven herhalen.

Juist wanneer oude hechtingspatronen, beschermingsmechanismen en relationele verwachtingen bewust worden, ontstaat er ruimte.

Ruimte om niet alleen te onderzoeken waarom iemand zo vertrouwd voelt, maar ook om te ervaren of de relatie werkelijk veilig, wederkerig en gelijkwaardig is.

Stap voor stap kunnen we ontdekken hoe een andere vorm van verbinding voelt.

Een liefde waarin we niet voortdurend hoeven te zoeken, onszelf hoeven aan te passen of hoeven te vechten om gezien te worden.

Misschien begint daar de weg naar een liefde die niet langer hoofdzakelijk wordt gestuurd door oude overlevingspatronen, maar steeds meer wordt gedragen door basisvertrouwen, wederkerigheid en werkelijke verbinding.

Waarom vertrouwd zo’n sterke aantrekkingskracht kan hebben

Wanneer mensen verliefd worden, zeggen ze vaak:

“Het voelde meteen goed.”

“Alsof ik deze persoon al jaren kende.”

“Ik voelde mij direct thuis.”

Dat klinkt romantisch.

En soms is het dat natuurlijk ook.

Maar vertrouwd betekent niet altijd hetzelfde als veilig.

Soms betekent vertrouwd vooral:

Dit herken ik.

Ons zenuwstelsel is voortdurend op zoek naar herkenning en voorspelbaarheid. Ook wanneer datgene wat we herkennen vroeger niet altijd prettig of veilig was.

Dat klinkt misschien tegenstrijdig.

Toch is het heel menselijk.

Stel je voor dat je bent opgegroeid met een ouder die liefdevol was, maar moeite had om emoties te bespreken. Misschien was er nabijheid, maar ook een bepaalde afstand. Je wist dat er van je gehouden werd, terwijl je je tegelijkertijd niet altijd volledig gezien of begrepen voelde.

Zo kunnen liefde en emotionele afstand ongemerkt met elkaar verbonden raken.

Wanneer je later iemand ontmoet die eveneens wat gereserveerd is, moeite heeft met kwetsbaarheid of zich terugtrekt zodra gevoelens intenser worden, kan dat onverwacht vertrouwd aanvoelen.

Niet omdat afstand prettig is.

Maar omdat iets in jou zegt:

Dit ken ik.

Wat we herkennen, kan aanvankelijk veiliger aanvoelen dan iets wat volledig nieuw is.

Zelfs wanneer ons verstand allang weet dat we naar iets anders verlangen.

Waarom een veilige partner soms juist vreemd voelt

Misschien is dit wel een van de meest verrassende inzichten.

Veel mensen verwachten dat een veilige en emotioneel beschikbare partner onmiddellijk goed en vertrouwd zal voelen.

Dat hoeft niet altijd zo te zijn.

Soms voelt iemand die rustig, betrouwbaar en beschikbaar is in het begin juist minder spannend.

Misschien zelfs een beetje saai.

Niet omdat die persoon werkelijk saai is.

Maar omdat er minder spanning wordt opgeroepen.

Er hoeft niets opgelost te worden.

Je hoeft niet voortdurend te raden wat de ander voelt.

Je hoeft niet te zoeken naar bevestiging.

Je hoeft niet steeds alert te zijn op veranderingen in stemming, afstand of nabijheid.

En juist dat kan vreemd aanvoelen wanneer liefde in jouw eerdere ervaringen vaak gepaard ging met onzekerheid, spanning of het gevoel dat je moeite moest doen om de verbinding te behouden.

Sommige mensen verwarren deze spanning onbewust met aantrekkingskracht.

Niet omdat zij graag spanning willen.

Maar omdat spanning lange tijd onderdeel is geweest van de manier waarop zij liefde en verbinding hebben leren kennen.

Dat betekent niet dat chemie verkeerd is.

Het betekent ook niet dat een veilige relatie geen vuur, passie of aantrekkingskracht kan bevatten.

Het betekent alleen dat sterke chemie niet automatisch hetzelfde is als emotionele veiligheid.

Misschien is werkelijke veiligheid soms stiller.

Minder overweldigend.

Minder gericht op zoeken, verlangen en herstellen.

Maar uiteindelijk veel dieper.

Veiligheid kan voelen als ruimte.

Als rust.

Als niet voortdurend hoeven te twijfelen aan je plek.

Als langzaam kunnen ervaren:

Ik hoef hier niet harder mijn best te doen om gezien, gekozen of geliefd te worden.

Vanuit die gedachte kunnen we verder onderzoeken wat we eigenlijk herkennen wanneer iemand zo vertrouwd aanvoelt.

We kiezen niet onze ouders terug

Soms wordt gezegd dat we in de liefde onbewust op zoek gaan naar iemand die op onze vader of moeder lijkt.

Dat vind ik te eenvoudig.

De meeste mensen zoeken geen kopie van hun ouders.

We vallen niet bewust op dezelfde persoonlijkheid, dezelfde manier van praten of precies hetzelfde gedrag.

Wat we mogelijk wel herkennen, is een bekende emotionele dynamiek.

Niet zozeer de persoon.

Maar de manier waarop de verbinding voelt.

De hoeveelheid ruimte die er voor ons is.

De nabijheid die op sommige momenten voelbaar is en op andere momenten weer verdwijnt.

De spanning die ontstaat wanneer iemand afstand neemt.

Of onze vertrouwde neiging om harder ons best te doen zodra de verbinding onder druk komt te staan.

Misschien groeide je op met een vader die liefdevol en betrouwbaar was, maar moeite had om gevoelens te uiten.

Hij werkte hard.

Zorgde goed voor het gezin.

Was praktisch aanwezig.

Maar wanneer jij verdrietig, bang of onzeker was, bleef werkelijke emotionele afstemming soms uit.

Misschien kreeg je een oplossing terwijl je eigenlijk behoefte had aan troost.

Misschien werd er gezegd dat het wel meeviel.

Dat je sterk moest zijn.

Of dat je er niet zo zwaar aan moest tillen.

Je wist misschien dat je vader van je hield.

Maar je voelde je niet altijd werkelijk gezien in wat er in jou leefde.

Daardoor kunnen liefde en emotionele afstand ongemerkt met elkaar verbonden raken.

Wanneer je later iemand ontmoet die eveneens wat gereserveerd is, moeite heeft met kwetsbaarheid of zich terugtrekt wanneer gevoelens intenser worden, kan dat onverwacht vertrouwd aanvoelen.

Niet omdat afstand is waar je naar verlangt.

Maar omdat je deze vorm van verbinding al kent.

Hetzelfde kan gebeuren in de relatie met je moeder

Misschien was juist je moeder niet altijd emotioneel bereikbaar.

Niet omdat zij niet van je hield.

Maar omdat zij zelf veel te dragen had.

Stress.

Verdriet.

Trauma.

Psychische problemen.

Overbelasting.

Zorgen over geld, werk of het gezin.

Misschien was zij op sommige momenten warm en betrokken, maar op andere momenten gespannen, afwezig of moeilijk bereikbaar.

Als kind leerde je dan misschien goed opletten.

Hoe kijkt ze vandaag?

Hoe klinkt haar stem?

Kan ik nu iets vertellen?

Is er ruimte voor mijn verdriet?

Of kan ik beter wachten?

Zonder dat iemand het je vroeg, werd je opmerkzaam.

Je voelde de sfeer aan.

Je hield rekening.

Je paste je aan.

Je stelde je eigen behoeften misschien nog even uit.

Later kan juist iemand aantrekkelijk voelen die eveneens wisselend beschikbaar is.

Iemand die de ene keer heel dichtbij komt en de volgende keer afstand neemt.

Iemand die veel warmte kan geven, maar zich afsluit zodra er spanning ontstaat.

Niet omdat die onvoorspelbaarheid prettig is.

Maar omdat je zenuwstelsel deze afwisseling herkent.

De nabijheid voelt intens.

De afstand activeert het verlangen.

En wanneer de verbinding terugkeert, kan de opluchting zo sterk zijn dat zij gemakkelijk wordt aangezien voor diepe liefde.

Soms herkennen we iets van meerdere opvoeders

In werkelijkheid gaat het zelden uitsluitend over vader of moeder.

We groeien op binnen een heel relationeel systeem.

Misschien was de ene opvoeder emotioneel gesloten en de andere juist overbezorgd.

Misschien was de ene onvoorspelbaar, terwijl de andere zich bij spanning terugtrok.

Misschien werd er goed voor je gezorgd, maar voelde je toch dat je niet te veel mocht vragen.

Of leerde je dat je vooral werd gewaardeerd wanneer je behulpzaam, rustig, sterk of succesvol was.

Ook de manier waarop onze opvoeders met elkaar omgingen, kan invloed hebben gehad.

Werd er naar elkaar geluisterd?

Was er ruimte voor verschil?

Kon een conflict worden hersteld?

Of werd kritiek gebruikt om macht te krijgen?

Trok iemand zich terug?

Moest één persoon voortdurend de sfeer bewaken?

Als kind leren we niet alleen van de manier waarop onze opvoeders op óns reageren.

We nemen ook waar hoe liefde tussen volwassenen eruitziet.

Hoe zij omgaan met spanning.

Met kwetsbaarheid.

Met afhankelijkheid.

Met gelijkwaardigheid.

En met de vraag wie zich aan wie moet aanpassen.

Sommige van deze patronen kunnen bovendien al langer binnen een familie aanwezig zijn.

Ouders geven niet alleen bewust waarden en overtuigingen door. Zij dragen ook hun eigen hechtingservaringen, verliezen, angsten en beschermingsmechanismen met zich mee.

Zo kunnen relationele patronen soms van generatie op generatie voortleven.

Niet als een vaststaand lot.

Maar als een emotionele erfenis die pas zichtbaar wordt wanneer iemand bereid is ernaar te kijken.

Ons zenuwstelsel slaat al deze ervaringen niet op als een overzichtelijke lijst.

Het vormt er een totaalgevoel van.

Een innerlijke verwachting van hoe relaties meestal verlopen.

Hoe veilig het is om iets nodig te hebben.

Hoeveel ruimte je mag innemen.

Wat er gebeurt wanneer je boos, verdrietig of teleurgesteld bent.

En hoeveel moeite je moet doen om de verbinding te behouden.

Daardoor kunnen we ons later aangetrokken voelen tot iemand die verschillende onderdelen van die vroege ervaring oproept.

Niet omdat die persoon op onze opvoeders lijkt.

Maar omdat de relatie iets bekends in ons wakker maakt.

We kiezen niet onze ouders terug. We herkennen soms een gevoel dat we al veel langer kennen.

En juist omdat dat gevoel zo bekend is, kan het in het begin aanvoelen als thuiskomen.

Terwijl we soms pas veel later ontdekken dat thuiskomen en werkelijk veilig zijn niet altijd hetzelfde betekenen.

De paradox van verliefd worden

Hier ontstaat misschien wel een van de grootste paradoxen van de liefde.

Bewust verlangen veel mensen naar een partner die warm, open en emotioneel beschikbaar is.

Iemand met wie je moeilijke dingen kunt bespreken.

Iemand die verantwoordelijkheid neemt voor het eigen aandeel.

Iemand die nieuwsgierig is naar jouw binnenwereld.

Iemand bij wie je niet voortdurend hoeft te twijfelen aan je plek.

Toch kunnen juist diezelfde mensen zich sterk aangetrokken voelen tot iemand die moeite heeft met emotionele nabijheid.

Iemand die gevoelens ingewikkeld vindt.

Die spanning liever vermijdt.

Die zich terugtrekt wanneer een gesprek te dichtbij komt.

Of die vooral beschikbaar lijkt zolang de relatie licht, spannend en onbelast blijft.

Dat betekent niet dat iemand bewust voor pijn kiest.

Het betekent ook niet dat iemand alleen maar op zogenoemde verkeerde partners valt.

Het betekent vooral dat ons verstand en ons zenuwstelsel niet altijd naar hetzelfde zoeken.

Ons verstand verlangt naar veiligheid.

Ons zenuwstelsel herkent vertrouwdheid.

En vertrouwdheid kan soms krachtiger aanvoelen dan rust.

Misschien ontstaat daarom juist veel chemie wanneer iemand niet helemaal bereikbaar is.

Er is iets te winnen.

Iets te ontdekken.

Iets te bewijzen.

Iets in jou wordt actief.

Je gaat meer aan de ander denken.

Je voelt sterker wanneer er contact is.

Je mist de ander heviger wanneer die afstand neemt.

De relatie krijgt daardoor een intensiteit die gemakkelijk kan worden aangezien voor diepgang.

Maar intensiteit is niet altijd hetzelfde als intimiteit.

Spanning is niet altijd hetzelfde als liefde.

En verlangen is niet altijd hetzelfde als veiligheid.

Wanneer onzekerheid als chemie voelt

Misschien herken je dat je veel aan iemand denkt zodra het contact onduidelijk wordt.

Je kijkt vaker op je telefoon.

Je vraagt je af waarom het langer duurt voordat er een reactie komt.

Je analyseert een bericht.

Je probeert te begrijpen wat een bepaalde toon, stilte of blik betekent.

En wanneer de ander daarna weer toenadering zoekt, voel je opluchting.

Warmte.

Blijdschap.

Misschien zelfs euforie.

Dat gevoel kan heel sterk zijn.

Maar een deel van die intensiteit ontstaat mogelijk niet alleen door liefde.

Ook de afwisseling tussen nabijheid en afstand kan een belangrijke rol spelen.

Onzekerheid activeert ons hechtingssysteem.

We worden alerter.

We zoeken meer contact.

We voelen sterker hoe belangrijk de ander voor ons is.

Wanneer de verbinding vervolgens wordt hersteld, neemt de spanning tijdelijk af.

Die opluchting kan voelen als bewijs dat de relatie uitzonderlijk bijzonder is.

Terwijl er misschien vooral een cyclus is ontstaan van afstand, verlangen en herstel.

Dat betekent niet dat de gevoelens niet echt zijn.

Ze zijn wel degelijk echt.

Maar het kan helpend zijn om te onderzoeken waar de intensiteit precies vandaan komt.

Voel ik liefde?

Voel ik veiligheid?

Of voel ik vooral de opluchting dat de ander weer even beschikbaar is?

Misschien is dat een ongemakkelijke vraag.

Maar ook een belangrijke.

Want juist wanneer we het verschil leren voelen tussen vertrouwdheid, spanning en werkelijke veiligheid, ontstaat er ruimte om anders naar aantrekkingskracht te kijken.

Niet om chemie te wantrouwen.

Maar om haar niet langer als het enige bewijs van liefde te zien.

Liefde als een tweede kans

Misschien speelt er nog iets anders mee.

Volwassen liefdesrelaties kunnen onbewust de hoop bevatten dat iets ouds alsnog wordt hersteld.

Dat we deze keer wél krijgen wat we vroeger hebben gemist.

Dat iemand die eerst afstandelijk is, zich uiteindelijk toch volledig voor ons opent.

Dat iemand die moeite heeft met gevoelens, door onze liefde leert om werkelijk nabij te zijn.

Dat wij deze keer wel belangrijk genoeg zullen zijn om iemand te laten blijven.

Die hoop is heel menselijk.

Misschien gaat het niet alleen om de partner van vandaag.

Misschien raakt de relatie ook een veel ouder verlangen.

Het verlangen om eindelijk volledig gezien te worden.

Om niet meer te hoeven wachten.

Om niet langer je best te hoeven doen voor aandacht, erkenning of nabijheid.

De relatie krijgt dan ongemerkt een dubbele betekenis.

Je verlangt niet alleen naar liefde in het heden.

Je hoopt misschien ook dat een oude pijn eindelijk een ander einde krijgt.

Dat maakt loslaten zo moeilijk.

Want je neemt niet alleen afscheid van de persoon.

Je neemt ook afscheid van de hoop dat het deze keer anders zou worden.

De valkuil van potentie

Wanneer we veel empathie hebben, zien we vaak niet alleen wie iemand vandaag is.

We zien ook wie die persoon zou kunnen worden.

We zien de zachtheid achter de afstand.

De onzekerheid achter de boosheid.

De angst achter het terugtrekken.

We zien mogelijkheden.

Groei.

Potentie.

Dat kan een prachtige kwaliteit zijn.

Maar het kan er ook voor zorgen dat we langer in een relatie blijven die ons op dit moment onvoldoende geeft.

We raken gehecht aan de momenten waarop de ander zich wél opent.

Aan de gesprekken waarin echte nabijheid voelbaar is.

Aan de glimp van wie iemand zou kunnen zijn wanneer de angst, stress of afweer minder sterk zou worden.

Die momenten geven hoop.

Maar hoop kan ook uitstellen wat we misschien diep vanbinnen al weten:

dat iemand op dit moment niet in staat of niet bereid is om de relatie te geven waar wij naar verlangen.

Natuurlijk kunnen mensen veranderen.

Gelukkig wel.

Maar verandering ontstaat niet doordat een partner genoeg geduld heeft.

Niet doordat jij alles begrijpt.

Niet doordat jij blijft uitleggen wat er nodig is.

En ook niet doordat jij voldoende liefde blijft geven.

Werkelijke verandering begint wanneer iemand zelf bereid is om te kijken.

Om verantwoordelijkheid te nemen.

Om eerlijk te onderzoeken welk aandeel diegene zelf heeft in de dynamiek.

En om daadwerkelijk in beweging te komen.

Tot die tijd kan potentie een belofte blijven waarop jij je leven bouwt.

Een belofte die je steeds opnieuw laat wachten op een toekomst die misschien nooit werkelijkheid wordt.

Misschien vraagt liefde daarom niet alleen dat we oog hebben voor iemands mogelijkheden.

Misschien vraagt zij ook dat we eerlijk durven kijken naar wat er vandaag werkelijk aanwezig is.

Niet alleen naar wie iemand zou kunnen worden.

Maar ook naar wie deze persoon nu is.

Niet alleen naar de momenten waarop de verbinding voelbaar is.

Maar ook naar het patroon dat zich steeds opnieuw herhaalt.

En niet alleen naar hoeveel liefde jij kunt geven.

Maar ook naar hoeveel liefde, verantwoordelijkheid en emotionele beschikbaarheid jij werkelijk ontvangt.

Niet iedereen reageert op afstand hetzelfde

Wanneer emotionele beschikbaarheid ontbreekt, reageren mensen daar verschillend op.

Sommigen trekken zich terug.

Zij beschermen zichzelf door minder te voelen, minder te delen of zich minder afhankelijk op te stellen.

Anderen gaan juist harder werken voor de verbinding.

Ze zoeken het gesprek.

Ze proberen de ander gerust te stellen.

Ze denken na over wat er misging.

Ze passen zich aan.

Ze geven nog iets meer liefde, geduld of begrip.

Niet omdat zij zwak zijn.

Maar omdat zij misschien al vroeg hebben geleerd dat verbinding niet vanzelfsprekend is.

Dat nabijheid iets is wat je moet bewaken.

Dat je alert moet blijven.

Dat je moet aanvoelen wat de ander nodig heeft.

En misschien ontstaat daar wat ik ben gaan noemen:

De ridder of ridderes in de liefde

De ridder of ridderes in de liefde is niet iemand die te veel liefheeft.

Het is iemand die mogelijk heeft geleerd dat liefde iets is waar hard voor gewerkt moet worden.

Iemand die snel verantwoordelijkheid voelt voor de sfeer, de verbinding en het welzijn van de ander.

Iemand die niet gemakkelijk opgeeft.

Die blijft zoeken naar mogelijkheden.

Die gelooft dat er achter afstand altijd een ingang moet zijn.

Dat zijn vaak warme, betrokken en loyale mensen.

Mensen die werkelijk kunnen luisteren.

Die subtiele veranderingen in stemming opmerken.

Die bereid zijn naar zichzelf te kijken.

Die na een conflict niet alleen willen weten wie er gelijk had, maar vooral hoe de verbinding hersteld kan worden.

Dat zijn prachtige kwaliteiten.

Iedere gezonde relatie heeft ze nodig.

Maar juist deze kwaliteiten kunnen een valkuil worden wanneer ze niet wederzijds worden gedragen.

Want wat gebeurt er wanneer steeds dezelfde persoon blijft luisteren?

Steeds dezelfde persoon het gesprek begint?

Steeds dezelfde persoon probeert te begrijpen?

En steeds dezelfde persoon de brug bouwt wanneer er afstand ontstaat?

Dan verandert liefde langzaam in arbeid.

En zorgzaamheid in het dragen van de relatie.

Wanneer zorgen langzaam dragen wordt

In het begin van een relatie voelt geven vaak heel vanzelfsprekend.

Je luistert.

Je toont belangstelling.

Je houdt rekening met elkaar.

Je past je soms aan.

Dat hoort bij liefde.

Sterker nog, juist de bereidheid om elkaar tegemoet te komen, maakt een relatie levend en verbonden.

Het probleem ontstaat daarom niet doordat je veel geeft.

Het ontstaat wanneer geven langzaam verandert in dragen.

Vaak gebeurt dat zo geleidelijk dat je het nauwelijks opmerkt.

Je bent steeds vaker degene die vraagt hoe het werkelijk met de ander gaat.

Je zoekt na een conflict opnieuw contact.

Je probeert moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken.

Je denkt na over de juiste woorden.

Je probeert het goede moment te vinden.

Misschien lees je boeken over relaties en hechting.

Je luistert naar podcasts.

Of je stelt therapie, coaching of relatietherapie voor.

Niet omdat je de ander wilt veranderen.

Maar omdat je verlangt naar verbinding.

Omdat je hoopt dat jullie elkaar weer kunnen vinden.

Langzaam ontstaat er echter een subtiele verschuiving.

Je aandacht gaat steeds minder naar de vraag:

Hoe gaat het eigenlijk met ons?

En steeds meer naar de vraag:

Hoe kan ik ervoor zorgen dat het weer goed komt?

Dat lijkt misschien een klein verschil.

Maar het verandert de hele dynamiek van de relatie.

Want ongemerkt neem jij steeds meer verantwoordelijkheid voor iets wat eigenlijk door twee mensen gedragen zou mogen worden.

Je houdt rekening met de gevoeligheden, grenzen en beschermingsmechanismen van de ander.

Misschien slik je je eigen teleurstelling nog even in, omdat je bang bent dat het gesprek anders opnieuw escaleert.

Of je verpakt je behoeften steeds voorzichtiger, zodat de ander zich niet aangevallen voelt.

Je probeert de verbinding veilig te houden.

Maar ondertussen wordt jouw eigen ruimte steeds kleiner.

Niet noodzakelijk omdat de ander dat bewust van je vraagt.

Maar omdat jouw liefde je ertoe beweegt om te blijven zoeken naar een ingang.

En misschien ook omdat jouw geschiedenis je heeft geleerd dat verbinding iets is waarvoor je moet blijven werken.

Dat je niet zomaar kunt vertrouwen dat de ander naar jou toe komt.

Dat jij degene moet zijn die aanvoelt, begrijpt, verzacht en herstelt.

Zo kan zorgzaamheid ongemerkt veranderen in verantwoordelijkheid.

En verantwoordelijkheid in het dragen van de relatie.

De vraag wordt dan niet alleen:

Hoe kan ik de ander helpen zich veilig te voelen?

Maar ook:

Voel ik mij zelf nog veilig, gezien en gedragen binnen deze relatie?

Wie merkt het wanneer jij stiller wordt?

Wie vraagt wat er werkelijk in jou omgaat?

Wie zoekt jou op wanneer jij je terugtrekt?

Wie probeert jouw gevoelens te begrijpen zonder ze direct te corrigeren, verklaren of relativeren?

Wie draagt de verbinding wanneer jij het even niet kunt?

Wanneer het antwoord steeds opnieuw vooral bij jou uitkomt, is er misschien niet alleen sprake van veel liefde.

Er kan ook een steeds schevere verdeling zijn ontstaan.

Een relatie waarin jij niet alleen partner bent geworden, maar ook bemiddelaar, verzachter en bewaker van de verbinding.

En juist daar kan iets pijnlijks gebeuren.

Hoe meer je de ander probeert te begrijpen, hoe gemakkelijker het wordt om uit het oog te verliezen wat jij zelf nodig hebt.

Wanneer begrip de plaats inneemt van wederkerigheid

Hoe meer je leert over hechting, trauma en beschermingsmechanismen, hoe gemakkelijker het wordt om het gedrag van de ander te begrijpen.

Je ziet dat iemand zich misschien terugtrekt omdat nabijheid spannend voelt.

Je begrijpt dat boosheid soms bescherming biedt tegen kwetsbaarheid.

Je herkent dat kritiek kan voortkomen uit onzekerheid, angst of een behoefte aan controle.

En je ziet dat emotionele afstand niet altijd betekent dat iemand niets voelt.

Dat begrip is waardevol.

Het kan compassie brengen.

Het kan voorkomen dat je ieder gedrag onmiddellijk als een persoonlijke afwijzing ervaart.

En het kan je helpen om voorbij het zichtbare gedrag te kijken naar wat daar mogelijk onder verborgen ligt.

Maar begrip heeft ook een schaduwkant.

Soms gebruiken we ons inzicht onbewust om te verklaren waarom we blijven accepteren wat ons structureel tekortdoet.

We zeggen tegen onszelf:

Hij heeft een moeilijke jeugd gehad.

Zij heeft weinig emotionele veiligheid gekend.

Hij bedoelt het niet zo.

Zij wordt nu eenmaal snel geraakt.

Hij heeft gewoon meer tijd nodig.

Als ik het nog rustiger uitleg, begrijpt zij mij misschien wel.

Dat kan allemaal waar zijn.

Maar geen van deze verklaringen geeft antwoord op de vraag hoe jij de relatie werkelijk ervaart.

Een achtergrond kan gedrag begrijpelijk maken.

Maar zij maakt kwetsend gedrag niet automatisch minder pijnlijk.

En zij maakt een relatie niet vanzelf wederkerig.

Misschien is dit juist een herkenbare valkuil van de ridder of ridderes in de liefde.

Je bent zo gewend om achter het gedrag van de ander te kijken, dat je steeds beter begrijpt waarom iemand niet kan geven wat jij nodig hebt.

Je ziet de angst.

De oude pijn.

De overlevingsstrategieën.

Je voelt misschien zelfs mededogen met de delen van de ander die ooit gekwetst zijn geraakt.

Maar terwijl jij de ander steeds dieper probeert te begrijpen, kan jouw eigen ervaring langzaam naar de achtergrond verdwijnen.

Je vraagt je steeds minder af:

Wat doet dit eigenlijk met mij?

En steeds vaker:

Hoe kan ik ervoor zorgen dat de ander zich voldoende veilig voelt om mij tegemoet te komen?

Zo kan begrip ongemerkt de plaats innemen van wederkerigheid.

Je begrijpt waarom de ander niet luistert.

Waarom er weinig ruimte is voor jouw gevoelens.

Waarom herstel na een conflict moeilijk is.

Waarom jij steeds opnieuw het gesprek moet openen.

Maar hoe liefdevol die verklaringen ook zijn, ze veranderen niets aan wat jij binnen de relatie ontvangt.

Misschien mag de vraag daarom verschuiven.

Niet alleen:

Waarom doet de ander dit?

Maar ook:

Ervaar ik in deze relatie voldoende wederkerigheid, emotionele beschikbaarheid en veiligheid?

Is er ook ruimte voor mijn pijn?

Wordt mijn ervaring serieus genomen?

Kan de ander luisteren zonder mijn gevoel onmiddellijk te corrigeren, relativeren of om te draaien?

Is er bereidheid om naar het eigen aandeel te kijken?

Komt het herstel steeds bij mij vandaan, of beweegt de ander werkelijk mee?

Kan ik iets nodig hebben zonder dat ik mij schuldig, veeleisend of te gevoelig hoef te voelen?

Liefde vraagt om begrip.

Maar liefde vraagt ook om beweging.

Van twee kanten.

Wanneer steeds dezelfde persoon blijft luisteren, zich aanpast en de relatie probeert te herstellen, ontstaat er langzaam een scheve balans.

Niet omdat de één goed is en de ander slecht.

Maar omdat de verantwoordelijkheid voor de verbinding niet langer gelijkwaardig wordt gedragen.

En hoe groot jouw vermogen tot begrip ook is:

je kunt een ander niet zó goed begrijpen dat er vanzelf een wederkerige relatie ontstaat.

Daarvoor zijn twee mensen nodig.

Twee mensen die bereid zijn naar zichzelf te kijken.

Twee mensen die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen gedrag.

En twee mensen die niet alleen verlangen om begrepen te worden, maar ook bereid zijn om de ander werkelijk te begrijpen.

Hoe herken je de ridder of ridderes in jezelf?

Misschien herken je jezelf niet in alles wat hierboven staat.

Dat hoeft ook niet.

De ridder of ridderes in de liefde is geen vaststaand type mens.

Het is eerder een manier waarop je kunt reageren wanneer de verbinding onzeker wordt of onder druk komt te staan.

Misschien herken je dat jij meestal degene bent die het moeilijke gesprek begint.

Dat jij spanning tussen jullie vaak eerder opmerkt dan de ander.

Dat je na een conflict eerst onderzoekt wat jij anders had kunnen doen.

Dat je probeert de ander te begrijpen, nog voordat je stilstaat bij wat het gedrag met jou heeft gedaan.

Misschien wacht je nog even.

Geef je nog wat meer tijd.

Pas je de woorden aan.

Of probeer je jouw behoefte zo zorgvuldig mogelijk uit te spreken, omdat je bang bent dat de ander zich anders aangevallen voelt of opnieuw afstand neemt.

Je ziet vaak niet alleen wie iemand vandaag is.

Je ziet ook de mogelijkheden.

De zachtheid achter de verdediging.

De kwetsbaarheid achter de kritiek.

De angst achter het terugtrekken.

Je gelooft dat er ergens nog een ingang moet zijn.

Dat er met voldoende geduld, begrip en liefde toch weer verbinding kan ontstaan.

Dat maakt je niet naïef.

Het laat zien dat je veel kunt voelen en dat je niet gemakkelijk opgeeft wanneer iemand belangrijk voor je is.

Maar juist daar kan ook de valkuil ontstaan.

Want terwijl je steeds opnieuw probeert te begrijpen wat de ander nodig heeft, kun je het contact met je eigen behoeften langzaam verliezen.

Je vraagt jezelf misschien af:

Heb ik het wel goed uitgelegd?

Ben ik misschien te gevoelig geweest?

Had ik meer geduld moeten hebben?

Vraag ik niet te veel?

Moet ik de ander gewoon wat meer ruimte geven?

Dat zijn op zichzelf geen verkeerde vragen.

Zelfreflectie is waardevol.

Maar wanneer jij steeds als eerste bij jezelf zoekt wat er anders moet, kan er ongemerkt iets scheefgroeien.

Dan wordt zelfonderzoek geen middel om dichter bij jezelf te komen, maar een manier om je eigen pijn en grenzen opnieuw ter discussie te stellen.

Misschien is een andere vraag daarom minstens zo belangrijk:

Wie onderzoekt wat het gedrag van de ander met míj doet?

Wie merkt het wanneer jij stiller wordt?

Wie vraagt hoe jij je werkelijk voelt?

Wie probeert jou te begrijpen zonder jouw ervaring direct te corrigeren, te verklaren of kleiner te maken?

Wie zoekt jou op na een conflict?

Wie draagt de relatie wanneer jij het even niet kunt?

En kun jij binnen deze relatie werkelijk leunen?

Niet alleen geven.

Niet alleen luisteren.

Niet alleen sterk en begripvol zijn.

Maar ook ontvangen.

Kwetsbaar zijn.

Even niet weten.

En erop vertrouwen dat de ander niet verdwijnt zodra jij ruimte inneemt.

Dat zijn soms ongemakkelijke vragen.

Zeker wanneer je gewend bent om liefde vooral te herkennen aan wat jij voor een ander kunt betekenen.

Maar misschien begint verandering precies daar.

Niet op het moment dat je minder betrokken wordt.

Niet wanneer je stopt met begrijpen.

Maar wanneer je jezelf binnen de relatie evenveel waarde begint te geven als de ander.

Wanneer jouw gevoelens niet langer pas aandacht krijgen nadat je die van de ander volledig hebt begrepen.

Wanneer je niet alleen vraagt:

Hoe kan ik de verbinding herstellen?

Maar ook:

Is de ander bereid om samen met mij de verbinding te herstellen?

Want de ridder of ridderes hoeft het harnas niet af te leggen om minder liefdevol te worden.

Misschien mag het harnas af omdat er eindelijk iemand tegenover je staat bij wie je niet voortdurend hoeft te strijden voor een open wederkerige authentieke verbinding.

Hoe voelt een veilige relatie eigenlijk?

Veel mensen weten heel precies hoe een relatie voelt waarin zij zich onzeker, alleen of voortdurend op hun hoede voelen.

Maar hoe voelt een veilige relatie eigenlijk?

Veiligheid betekent niet dat er nooit spanning ontstaat.

Ook in een veilige relatie begrijpen partners elkaar soms niet.

Ze kunnen geïrriteerd raken.

Elkaar kwetsen.

Of tijdelijk behoefte hebben aan afstand.

Het verschil is niet dat er nooit iets misgaat.

Het verschil is dat de verbinding niet bij iedere spanning direct op het spel komt te staan.

Er blijft een weg terug.

Je hoeft niet voortdurend te twijfelen aan je plek.

Je hoeft niet steeds te raden wat de ander voelt of te onderzoeken of er iets veranderd is.

Je hoeft jezelf niet kleiner te maken om de relatie rustig te houden.

Je mag verdrietig zijn zonder bang te hoeven zijn dat de ander zich afsluit.

Je mag boos of teleurgesteld zijn zonder dat jouw gevoel onmiddellijk als aanval wordt gezien.

Je mag grenzen aangeven.

Je mag iets nodig hebben.

En je mag een andere kijk op iets hebben zonder dat dit betekent dat de liefde verdwijnt.

In een veilige relatie is er ruimte voor twee werkelijkheden.

Jouw ervaring hoeft de ervaring van de ander niet ongeldig te maken.

En andersom.

Partners hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn om elkaar toch serieus te nemen.

Je kunt zeggen:

“Dit heeft mij pijn gedaan.”

Zonder dat de ander direct hoeft te bewijzen dat jij het verkeerd hebt begrepen.

Je kunt luisteren naar de bedoeling van de ander en tegelijkertijd trouw blijven aan het effect dat diens gedrag op jou had.

Veiligheid ontstaat juist wanneer beide werkelijkheden naast elkaar mogen bestaan.

Wanneer de ander kan zeggen:

“Ik bedoelde het misschien niet zo, maar ik zie dat het jou geraakt heeft.”

En wanneer jij kunt zeggen:

“Ik begrijp waar jouw reactie vandaan kwam, maar ik wil ook dat er ruimte is voor wat het met mij deed.”

Dat is geen strijd om gelijk.

Het is een poging om elkaar te blijven ontmoeten.

Responsiviteit: merken dat de ander werkelijk reageert

Een belangrijk onderdeel van emotionele veiligheid is responsiviteit.

Daarmee bedoel ik niet dat een partner altijd precies weet wat jij nodig hebt.

Of altijd de juiste woorden gebruikt.

Maar wel dat je merkt dat wat er in jou gebeurt, iets bij de ander in beweging brengt.

Dat jouw verdriet niet alleen wordt aangehoord, maar ook werkelijk wordt ontvangen.

Dat jouw grens niet meteen wordt bestreden, gerelativeerd of opgevat als een afwijzing van de ander.

Dat je merkt dat je partner probeert te begrijpen wat er achter jouw woorden ligt, ook wanneer die boodschap ongemakkelijk is.

Responsiviteit betekent niet dat de ander altijd direct het juiste antwoord heeft.

Het betekent dat je voelt:

Wat er in mij gebeurt, doet ertoe.

De ander hoeft mijn gevoel niet volledig te begrijpen om het serieus te nemen.

Er hoeft niet meteen een oplossing te komen.

Soms is het al voldoende wanneer iemand blijft, luistert en laat merken:

“Ik hoor je.”

“Ik zie dat dit je raakt.”

“Laten we samen proberen te begrijpen wat er tussen ons gebeurt.”

Juist in zulke momenten groeit basisvertrouwen.

Niet omdat alles direct wordt opgelost.

Maar omdat je ervaart dat je met jouw gevoelens, behoeften en grenzen welkom blijft binnen de relatie.

Herstel na spanning

Een veilige relatie wordt niet alleen zichtbaar in de momenten waarop alles goed gaat.

Juist wanneer er spanning ontstaat, merk je of de verbinding door twee mensen wordt gedragen.

Na een conflict hoeft niet één persoon steeds opnieuw het gesprek te openen.

Niet altijd dezelfde hoeft de eerste stap te zetten.

Beide partners voelen verantwoordelijkheid voor wat er tussen hen is gebeurd.

Misschien heeft de één wat meer tijd nodig om tot rust te komen.

Misschien wil de ander juist eerder praten.

Dat verschil hoeft geen probleem te zijn, zolang afstand niet verandert in stilte, afwijzing of een middel om macht uit te oefenen.

Er blijft het vertrouwen dat jullie op het gesprek terugkomen.

Dat de ander niet verdwijnt zodra het moeilijk wordt.

Dat een conflict niet betekent dat de liefde voorbij is.

Herstel betekent ook niet dat alles onmiddellijk opgelost moet worden.

Soms begint het met iets eenvoudigs:

“Ik merk dat we elkaar zijn kwijtgeraakt.”

“Ik wil begrijpen wat er met jou gebeurde.”

“Mijn reactie was niet helpend.”

“Laten we hierop terugkomen wanneer we allebei wat rustiger zijn.”

In zulke woorden zit iets wezenlijks.

De bereidheid om niet alleen naar de fout van de ander te kijken, maar ook naar het eigen aandeel.

Niet om alle schuld op je te nemen.

Wel om verantwoordelijkheid te dragen voor wat jouw gedrag binnen de relatie teweegbrengt.

In een veilige relatie is herstel daarom geen taak van één persoon.

Het is een gezamenlijke beweging terug naar contact.

Je hoeft niet voortdurend op je hoede te zijn

Wanneer een relatie voldoende veilig voelt, ontstaat er langzaam meer ontspanning.

Je hoeft niet voortdurend de stemming van de ander te peilen.

Je hoeft niet ieder bericht te analyseren.

Je hoeft niet steeds te onderzoeken of je iets verkeerd hebt gezegd.

Je lichaam hoeft niet voortdurend voorbereid te zijn op afstand, kritiek of afwijzing.

Dat betekent niet dat alle onzekerheid verdwijnt.

Iedereen kan geraakt worden.

Iedereen kent momenten van twijfel of angst.

Maar die gevoelens bepalen niet langer voortdurend de relatie.

Er is voldoende basisvertrouwen om te ervaren:

Ik mag iets voelen zonder dat ik daardoor meteen mijn plek verlies.

Je hoeft niet voortdurend sterk, verstandig of begripvol te zijn.

Je mag soms degene zijn die het niet weet.

Die steun nodig heeft.

Die verdrietig is.

Die even niet in staat is om de verbinding te herstellen.

En juist dan blijkt of de relatie werkelijk wederkerig is.

Niet alleen wanneer jij de veilige haven voor de ander kunt zijn.

Maar ook wanneer jij zelf ergens mag aanmeren.

Waarom veiligheid aanvankelijk minder spectaculair kan voelen

Misschien voelt een veilige relatie in het begin niet altijd zo intens als een relatie waarin nabijheid en afstand elkaar voortdurend afwisselen.

Er is minder onzekerheid.

Minder zoeken.

Minder opluchting wanneer de ander eindelijk weer toenadering zoekt.

Daardoor kan het lijken alsof er iets ontbreekt.

Misschien vraag je je zelfs af of er wel voldoende chemie is.

Maar soms ontbreekt niet de liefde.

Soms ontbreekt vooral de spanning waaraan je zenuwstelsel gewend is geraakt.

Veilige liefde hoeft niet kleurloos of saai te zijn.

Er kan vuur zijn.

Verlangen.

Seksuele aantrekkingskracht.

Avontuur en levendigheid.

Maar onder dat vuur ligt iets stevigs.

Je hoeft niet voortdurend bang te zijn dat het weer verdwijnt.

De aantrekkingskracht wordt niet vooral gevoed door onzekerheid, maar krijgt ruimte om zich te verdiepen in vertrouwen, openheid en werkelijke intimiteit.

Misschien is veilige liefde daarom niet minder intens.

Misschien is zij alleen minder uitputtend.

Van ridder of ridderes naar gelijkwaardige partner

De beweging naar een gelijkwaardige relatie betekent niet dat je minder liefdevol moet worden.

Je hoeft je empathie niet kwijt te raken.

Je loyaliteit niet op te geven.

En je vermogen om werkelijk naar een ander te luisteren niet kleiner te maken.

De kwaliteiten van de ridder of ridderes zijn waardevol.

Maar misschien hoeven zij niet langer uitsluitend in dienst te staan van de ander.

Dezelfde aandacht waarmee je de stemming van je partner opmerkt, mag je ook naar binnen richten.

Wat voel ík?

Wat heb ík nodig?

Waar ligt mijn grens?

Wat gebeurt er met mij wanneer de ander zich terugtrekt, mij bekritiseert of mijn ervaring niet serieus neemt?

Gelijkwaardigheid begint misschien wanneer je jouw eigen binnenwereld niet langer pas belangrijk maakt nadat je die van de ander volledig hebt begrepen.

Wanneer je stopt met automatisch aannemen dat jij degene bent die zich moet aanpassen.

Wanneer je je behoeften niet langer eindeloos verzacht om te voorkomen dat de ander zich ongemakkelijk voelt.

En wanneer je durft te erkennen dat liefde alleen niet altijd voldoende is.

Een relatie vraagt ook om beschikbaarheid.

Responsiviteit.

Verantwoordelijkheid.

En de bereidheid van twee mensen om na spanning opnieuw naar elkaar toe te bewegen.

Dat vraagt soms om iets wat voor de ridder of ridderes in de liefde moeilijk kan zijn.

Stoppen met zoeken naar nóg een ingang.

Niet opnieuw uitleggen.

Niet nog langer wachten totdat de ander misschien alsnog beschikbaar wordt.

Maar stilstaan bij wat er op dit moment werkelijk tussen jullie bestaat.

Niet alleen bij de liefde die je voelt.

Maar ook bij de liefde die je kunt ontvangen.

Niet alleen bij de goede intenties van de ander.

Maar ook bij de invloed die diens gedrag op jou heeft.

Niet alleen bij de vraag of iemand van je houdt.

Maar ook bij de vraag of die liefde voor jou voldoende voelbaar, veilig en wederkerig is.

Soms betekent gelijkwaardigheid dat je blijft en samen leert.

Dat jullie eerlijk naar patronen kijken.

Dat jullie hulp zoeken.

Dat jullie allebei verantwoordelijkheid nemen voor herstel en verandering.

Maar soms betekent gelijkwaardigheid ook dat je erkent dat jij niet alleen kunt blijven vechten voor een relatie die de ander niet werkelijk met je meedraagt.

Dat is geen gebrek aan liefde.

Het kan juist een vorm van liefde voor jezelf zijn.

Liefde en waarheid

Misschien komen we daarmee opnieuw uit bij de spanning tussen liefde en waarheid.

Liefde verlangt naar verbinding.

Zij wil begrijpen.

Verzachten.

Ruimte geven.

Zij ziet de mens achter het gedrag en voelt mededogen met wat iemand heeft meegemaakt.

Maar waarheid vraagt iets anders.

Waarheid vraagt dat je ook trouw blijft aan wat jij ervaart.

Aan wat je lichaam je vertelt.

Aan de pijn die steeds terugkeert.

Aan de grens die je misschien al meerdere keren hebt gevoeld, maar nog niet volledig hebt durven erkennen.

Liefde zonder waarheid kan ertoe leiden dat je jezelf verliest in het begrijpen van de ander.

Waarheid zonder liefde kan hard worden en voorbijgaan aan de kwetsbaarheid van beide mensen.

Misschien vraagt een volwassen relatie daarom om beide.

De liefde om de ander als mens te blijven zien.

En de waarheid om jezelf niet langer te verlaten om de verbinding te behouden.

Dat kan betekenen dat je zegt:

“Ik begrijp dat nabijheid voor jou moeilijk kan zijn, maar ik heb wel emotionele beschikbaarheid nodig.”

“Ik zie dat mijn grens je raakt, maar die grens blijft belangrijk voor mij.”

“Ik begrijp waar jouw reactie vandaan komt, maar ik wil niet dat er op deze manier met mij wordt omgegaan.”

“Ik houd van je, maar ik kan deze relatie niet alleen blijven dragen.”

Dat zijn geen makkelijke woorden.

Voor iemand die gewend is de verbinding te beschermen, kunnen ze zelfs voelen als een risico.

Want wat gebeurt er wanneer je niet langer verzacht?

Wanneer je jezelf niet opnieuw aanpast?

Wanneer je niet direct naar de ander toe beweegt?

Misschien wordt dan zichtbaar hoeveel ruimte er werkelijk voor jou is.

En hoe pijnlijk dat soms ook kan zijn, juist die helderheid kan het begin zijn van verandering.

Het harnas mag af

De ridder of ridderes in de liefde hoeft niet te verdwijnen.

Je hoeft je warmte, loyaliteit en betrokkenheid niet kwijt te raken.

Maar misschien mag het harnas langzaam af.

Niet omdat je zwakker wordt.

Maar omdat je niet langer in iedere relatie hoeft te vechten voor nabijheid.

Je hoeft niet steeds de brug te bouwen.

Niet voortdurend de sfeer te bewaken.

Niet telkens degene te zijn die begrijpt, verzacht en herstelt.

Misschien mag je leren herkennen bij wie jouw gevoeligheid veilig is.

Bij wie jouw openheid niet tegen je wordt gebruikt.

Bij wie jouw behoefte aan verbinding niet wordt gezien als zwakte of als iets wat je eerst moet rechtvaardigen.

Bij wie je niet alleen bewonderd wordt om wat je kunt dragen, maar ook welkom bent wanneer je zelf gedragen wilt worden.

Dat vraagt oefening.

Want wanneer je lang gewend bent geweest om voor verbinding te werken, kan ontvangen onverwacht kwetsbaar voelen.

Je moet erop vertrouwen dat de ander werkelijk blijft.

Dat er ook naar jou wordt gevraagd.

Dat je niet eerst iets hoeft te doen om aandacht, zachtheid of nabijheid te verdienen.

Misschien is dat wel een van de diepste bewegingen naar basisvertrouwen:

niet langer alleen weten dat je er mag zijn, maar het stap voor stap ervaren binnen een relatie.

Ervaren dat jouw gevoelens welkom blijven.

Dat jouw grenzen de verbinding niet automatisch verbreken.

Dat je niet voortdurend hoeft te presteren, pleasen of herstellen.

En dat je ook geliefd kunt worden wanneer je even niets draagt.

Tot slot

Misschien herken je jezelf in delen van dit verhaal.

Misschien zie je hoe bepaalde ervaringen uit je jeugd, het emotionele klimaat waarin je opgroeide en de relaties tussen je opvoeders invloed hebben gehad op wat later vertrouwd is gaan voelen.

Misschien herken je ook de ridder of ridderes in jezelf.

De persoon die blijft luisteren.

Blijft begrijpen.

Blijft hopen.

En vaak nog één keer probeert de verbinding te herstellen.

Dat betekent niet dat er iets mis met je is.

Veel van deze eigenschappen zijn ontstaan vanuit intelligentie, gevoeligheid en een diep verlangen naar liefde.

Ooit hebben ze je misschien geholpen om verbinding te behouden.

Maar wat vroeger bescherming bood, hoeft niet je hele verdere liefdesleven te bepalen.

Bewustwording betekent niet dat oude patronen direct verdwijnen.

Wel dat je ze eerder leert herkennen.

Dat je opmerkt wanneer vertrouwdheid wordt aangezien voor veiligheid.

Wanneer spanning wordt verward met chemie.

Wanneer hoop belangrijker wordt dan wat er werkelijk beschikbaar is.

En wanneer jouw zorgzaamheid langzaam verandert in het dragen van de relatie.

Daar ontstaat ruimte.

Ruimte om niet alleen te vragen:

Waarom voelt deze persoon zo vertrouwd?

Maar ook:

Voel ik mij bij deze persoon werkelijk veilig?

Kan ik hier mezelf blijven?

Is er ruimte voor mijn gevoelens, behoeften en grenzen?

Wordt de verbinding door ons allebei gedragen?

Ben ik verliefd op wie deze persoon vandaag is, of vooral op wie ik hoop dat diegene ooit zal worden?

Deze vragen geven niet altijd onmiddellijk een eenvoudig antwoord.

Maar zij kunnen je wel dichter brengen bij de waarheid van wat je ervaart.

Niet om je ouders of je partner de schuld te geven.

Iedereen draagt een eigen geschiedenis met zich mee.

En de meeste opvoeders hebben binnen hun mogelijkheden geprobeerd te geven wat zij konden.

Bewustwording is geen zoektocht naar schuld.

Het is een uitnodiging om te begrijpen.

De ander.

Je geschiedenis.

Maar ook jezelf.

Misschien hoef je daarom niet minder lief te hebben.

Misschien hoef je alleen niet langer jezelf te verlaten om liefde vast te houden.

Misschien begint veilige liefde niet wanneer jij nóg beter leert zorgen.

Maar wanneer je ervaart dat er ook voor jou wordt gezorgd.

Dat je niet langer hoeft te vechten voor een plek in het hart van de ander.

Dat je niet alleen de veilige haven hoeft te zijn.

Maar zelf ook ergens mag aanmeren.

Liefde is uiteindelijk geen reddingsactie.

Liefde is twee mensen die, met ieder hun eigen geschiedenis, bereid zijn zichzelf én elkaar steeds opnieuw te ontmoeten.

Niet perfect.

Wel eerlijk.

Wel veilig genoeg.

En vooral:

wederzijds.

Bronnen en verdere verdieping

  • John Bowlby — Attachment and Loss

  • Mary Ainsworth e.a. — Patterns of Attachment

  • Sue Johnson — Hold Me Tight

  • John Gottman en Nan Silver — The Seven Principles for Making Marriage Work

  • Carl Rogers — On Becoming a Person

  • Harville Hendrix — Getting the Love You Want

Dit artikel is mede geïnspireerd door inzichten uit de hechtingstheorie, Emotionally Focused Therapy, relatieonderzoek en mijn eigen Zijnsgeoriënteerde opleiding en praktijkervaring.