
Over mij
Ik ben Niel.
Vader van een dochter.
Mijn belangstelling voor hechting, basisvertrouwen en emotionele veiligheid komt niet alleen voort uit mijn opleiding en professionele ontwikkeling.
Ook uit mijn eigen levensgeschiedenis.
Ik weet hoe ervaringen binnen je familie, met je ouders en in je jeugd en relaties kunnen doorwerken in hoe je jezelf ziet, welke patronen er kunnen onstaan, hoeveel vertrouwen en veiligheid je vanbinnen ervaart en hoe je je met anderen verbindt.
Ook wanneer je aan de buitenkant sterk, zelfstandig en succesvol functioneert.
Soms begrijp je rationeel heel goed waar bepaald gedrag vandaan komt. En toch gebeurt het opnieuw.
Je past je aan. Je zoekt bevestiging. Je probeert controle te houden. Je trekt je terug. Of je merkt dat iets in een relatie veel sterker bij je binnenkomt dan je eigenlijk zou willen.
Juist dat spanningsveld tussen wat we begrijpen en wat we vanbinnen daadwerkelijk ervaren, heeft mij altijd gefascineerd.
Ik probeer niet voor iemand te bepalen wat er aan de hand is, maar samen zichtbaar te maken wat iemand zelf misschien nog moeilijk kan zien, voelen of begrijpen.
Mijn persoonlijke ervaring, therapeutische opleiding en professionele achtergrond vormen samen de basis van hoe ik naar mensen kijk en hoe ik begeleid.
Mijn therapeutische achtergrond
Mijn therapeutische opleiding volgde ik bij het Centrum voor Zijn, een vierjarige beroepsopleiding, aangevuld met een extra verdiepingsjaar. Daar ben ik opgeleid tot Zijnscoach en Zijnstherapeut en heb ik leren begeleiden vanuit de Zijnsvisie. De opleiding is op HBO-niveau en SRNO-geaccrediteerd.
Binnen de Zijnsvisie worden psychologische ontwikkeling, lichaamsbewustzijn, bewustzijnsontwikkeling en persoonlijke groei met elkaar verbonden.
Een belangrijk uitgangspunt in mijn opleiding is dat we een mens niet alleen bekijken vanuit wat beschadigd, kwetsbaar of problematisch lijkt. We gaan ervan uit dat er onder onze kwetsingen, angsten en beschermingspatronen ook altijd een gezonde, fundamenteel goede en wezenlijke laag aanwezig blijft.
Op onze weg naar volwassenheid maken we allemaal ervaringen mee waarin niet altijd volledig wordt afgestemd op wat we nodig hebben. Daarbij gaat het niet om het aanwijzen van schuld bij ouders of verzorgers. Ook omstandigheden, gebeurtenissen, de eigen geschiedenis van ouders en hun soms beperkte vermogen om emotioneel beschikbaar of afgestemd te zijn, kunnen invloed hebben op de ontwikkeling van een kind.
Wanneer zulke ervaringen zich herhalen of diep ingrijpen, kunnen er basiskwetsingen ontstaan. Om daarmee om te gaan, ontwikkelen we een aangepast zelf: manieren van voelen, denken en gedragen die ons ooit hebben geholpen om ons staande te houden, verbinding te behouden en onze plek in de wereld te vinden.
Soms betekent dit dat we delen van onszelf terugtrekken, behoeften minder laten zien of vooral die kanten van onszelf naar voren schuiven waarvan we hebben geleerd dat ze welkom zijn. Onbewust kan zo de overtuiging ontstaan:
Als ik zo ben, ben ik welkom. Als ik mij zo gedraag, ben ik geliefd. Als ik bepaalde delen van mezelf niet laat zien, blijft de verbinding bestaan.
Wat vroeger hielp om verbinding te behouden, nemen we vaak mee naar latere relaties. Daar kan het aangepaste zelf opnieuw naar voren komen, terwijl daaronder een diepere angst blijft bestaan:
Als ik mezelf werkelijk laat zien, met mijn behoeften, kwetsbaarheid, onzekerheid en verlangen, val ik misschien door de mand. Misschien ben ik dan niet meer welkom. Misschien word ik afgewezen of verlaten.
En juist daar raakt dit aan intimiteit.
Echte intimiteit ontstaat in de ontmoeting waarin je kwetsbaar kunt zijn en waarin steeds meer van jezelf er mag zijn. Waar je niet alleen met je sterke of aangepaste kanten, maar juist met je diepste menselijkheid welkom bent.
Ontwikkeling gaat daarom niet alleen over het begrijpen of veranderen van patronen, maar ook over opnieuw leren ervaren dat je met steeds meer van jezelf aanwezig mag zijn — zonder jezelf daarvoor eerst te hoeven aanpassen.
Daarbij speelt het vermogen om jezelf van binnenuit te leren begeleiden een belangrijke rol.
Je leert herkennen wat er in jezelf gebeurt, zonder moeilijke gevoelens of delen van jezelf direct weg te willen hebben.
Wat probeert een reactie te beschermen?
Welke behoefte ligt eronder?
Waarom was een bepaalde manier van omgaan met spanning, afwijzing of kwetsbaarheid ooit misschien noodzakelijk?
Vanuit erkenning en begrip kan vervolgens iets anders ontstaan.
Niet omdat je tegen jezelf vecht.
Maar omdat je steeds meer ruimte krijgt om anders te reageren.
Met meer mildheid, stevigheid en innerlijk leiderschap.
Mijn integratieve werkwijze
De Zijnsvisie verbind ik in mijn begeleiding met actuele inzichten uit onder andere hechtings- en relatiepsychologie, traumapsychologie, ontwikkelingspsychologie, neurobiologie, systemisch werk en lichaamsgerichte en ervaringsgerichte begeleiding.
Daarbij kijk ik naar de mens als geheel:
lichamelijk, emotioneel, mentaal en relationeel.
Niet alleen naar wat je denkt en rationeel begrijpt.
Maar ook naar wat je voelt, wat je lichaam doet en wat er gebeurt wanneer je in contact komt met andere mensen.
We kunnen onderzoeken hoe je bent opgegroeid, hoe emotioneel beschikbaar je ouders of verzorgers voor je waren, welke plaats jij binnen je gezin innam en welke overtuigingen je onderweg hebt ontwikkeld over jezelf, anderen en relaties.
Want je geschiedenis vertelt zich vaak opnieuw in het heden.
Niet letterlijk.
Maar bijvoorbeeld in hoe snel je afwijzing verwacht, hoeveel verantwoordelijkheid je op je neemt, hoe moeilijk het is om grenzen te stellen of hoeveel bevestiging je nodig hebt om je veilig te blijven voelen.
Vaak waren het intelligente vormen van bescherming.
Manieren om verbinding te behouden, pijn te voorkomen of enige grip te krijgen in omstandigheden waarin je je emotioneel niet volledig veilig voelde.
Wat vroeger hielp, kan je later echter gaan beperken.
En precies daar ontstaat ruimte voor ontwikkeling.
Hechting en basisvertrouwen
Een centraal thema in mijn werk is basisvertrouwen.
Daarmee bedoel ik het diepere gevoel dat je er mag zijn. Dat je waardevol bent. En dat je op jezelf kunt blijven vertrouwen, ook wanneer je een fout maakt, wordt afgewezen of niet aan verwachtingen voldoet.
Wanneer dat fundament kwetsbaar is, kan je eigenwaarde ongemerkt afhankelijk worden van wat er buiten jou gebeurt.
Van prestaties.
Van succes.
Van controle.
Van waardering.
Of van de bevestiging dat iemand bij je blijft.
Je kunt daardoor aan de buitenkant heel zelfverzekerd functioneren en vanbinnen toch snel aan jezelf twijfelen.
Je kunt veel verantwoordelijkheid dragen en tegelijkertijd bang zijn om tekort te schieten.
Je kunt verlangen naar liefde en nabijheid en juist daar onzeker, waakzaam of afhankelijk worden.
Of je houdt liever afstand, omdat werkelijk afhankelijk zijn van iemand te kwetsbaar voelt.
In mijn begeleiding onderzoeken we niet alleen dat zo'n patroon bestaat.
We kijken naar hoe het is ontstaan, wat het ooit voor je heeft gedaan en wat je vandaag nodig hebt om een steviger innerlijk fundament te ontwikkelen.
Een basis die minder afhankelijk is van wat anderen vinden, doen of van jou verwachten.
Relaties en veilige verbinding
Onze hechtingsgeschiedenis wordt vaak het duidelijkst zichtbaar wanneer iemand werkelijk belangrijk voor ons wordt.
Juist in liefde en intimiteit worden we kwetsbaar.
En juist daar kunnen oude angsten en beschermingsmechanismen opnieuw worden geactiveerd.
De één zoekt bij spanning meer contact, bevestiging en nabijheid. De ander trekt zich terug, rationaliseert of heeft juist behoefte aan afstand.
Soms gaan we pleasen, controleren, bekritiseren, beschuldigen, vermijden of sluiten we ons emotioneel af.
Achter dat gedrag ligt vaak meer dan wat aan de oppervlakte zichtbaar is.
Angst om verlaten te worden.
Angst om jezelf kwijt te raken.
Het verlangen om gezien te worden.
Of een diepere twijfel of je werkelijk belangrijk genoeg bent voor de ander.
In mijn begeleiding onderzoeken we deze dynamieken zonder jezelf of de ander meteen tot probleem te maken.
Wat gebeurt er in jou?
Wat wordt er geraakt?
Wat is van jou?
Wat hoort bij de ander?
En waar heb jij daadwerkelijk invloed op?
Daarbij vind ik gelijkwaardigheid essentieel.
Zelfonderzoek betekent niet dat je alles bij jezelf moet zoeken.
En persoonlijke ontwikkeling betekent niet dat je controlerend, grensoverschrijdend of schadelijk gedrag van een ander moet leren begrijpen en vervolgens verdragen.
Soms betekent ontwikkeling juist dat je jezelf serieuzer gaat nemen.
Dat je beter voelt wat wel en niet goed voor je is.
En dat je kunt zeggen:
dit is mijn grens.
Ouderschap
Ook in het ouderschap nemen we onze eigen geschiedenis mee.
De emoties en behoeften van een kind kunnen iets in ons aanraken wat veel ouder is dan de situatie van dat moment.
Boosheid.
Afwijzing.
Machteloosheid.
Angst.
Of het gevoel de controle kwijt te raken.
Dat kan invloed hebben op hoe we reageren, hoe we grenzen stellen, hoeveel ruimte we een kind geven en hoe gemakkelijk we beschikbaar kunnen blijven wanneer ons kind iets in ons raakt.
Als vader en co-ouder ken ik ook persoonlijk de complexiteit die ouderschap en gescheiden ouderschap met zich mee kunnen brengen.
Die ervaring heeft mijn inzicht en belangstelling voor hechting, loyaliteit, ouder-kindrelaties, autonomie en emotionele veiligheid verder verdiept.
Voor mij gaat goed ouderschap niet over perfect reageren.
Dat bestaat niet.
Het gaat er veel meer om dat je leert herkennen wat er in jouzelf gebeurt en onderscheid leert maken tussen wat van jou is en wat van je kind.
Dat je verantwoordelijkheid kunt nemen wanneer iets niet goed ging.
En dat je opnieuw verbinding kunt maken wanneer die tijdelijk verloren is gegaan.
Ervaring binnen het bedrijfsleven
Naast mijn therapeutische achtergrond heb ik ongeveer dertig jaar binnen het bedrijfsleven gewerkt, onder andere in commerciële, adviserende en relationele functies binnen professionele organisaties.
Ik ken daardoor ook de wereld van presteren, verantwoordelijkheid, ambitie, zichtbaarheid, erkenning, werkdruk en succes.
En juist daar kunnen dezelfde persoonlijke patronen zichtbaar worden.
Perfectionisme.
Bewijsdrang.
Altijd sterk willen zijn.
Veel verantwoordelijkheid naar je toe trekken.
Moeite met grenzen.
Conflicten vermijden.
Of voortdurend het gevoel hebben dat wat je doet nog niet genoeg is.
Je persoonlijke geschiedenis blijft immers niet thuis wanneer je gaat werken.
Ook op de werkvloer nemen we onszelf mee.
Iemand kan professioneel zeer succesvol zijn en tegelijkertijd sterk afhankelijk zijn van erkenning, moeite hebben met kritiek of zichzelf voortdurend voorbijlopen om maar niet tekort te schieten.
Daarom kijk ik bij professionele vragen niet alleen naar vaardigheden, prestaties of gedrag.
Ik ben ook geïnteresseerd in wat daaronder gebeurt.
Wat drijft je werkelijk?
En komt dat voort uit vrijheid en verlangen, of vooral uit de angst dat je anders niet genoeg bent?
Van inzicht naar werkelijke verandering
Begrijpen waar een patroon vandaan komt is waardevol.
Maar inzicht alleen is vaak niet voldoende.
Je kunt precies begrijpen waarom je bang bent voor afwijzing en toch opnieuw in paniek raken wanneer iemand afstand neemt.
Je kunt weten dat je grenzen mag stellen en toch schuldgevoel ervaren wanneer je nee zegt.
Je kunt rationeel begrijpen dat jouw waarde niet afhankelijk is van prestaties en toch blijven voelen dat je jezelf moet bewijzen.
Weten is iets anders dan werkelijk ervaren.
Daarom werk ik niet alleen inzichtgevend.
We kijken ook naar wat je voelt, wat er in je lichaam gebeurt en welke automatische reacties ontstaan wanneer je geraakt wordt.
Je kunt rationeel weten dat een situatie veilig is, terwijl iets in jou nog reageert alsof afwijzing, verlies, kritiek of afstand ieder moment kan plaatsvinden.
Werkelijke verandering vraagt daarom ook om nieuwe ervaringen.
Ervaren dat je een grens kunt stellen zonder jezelf kwijt te raken.
Dat je bij onzekerheid kunt blijven zonder onmiddellijk bevestiging te zoeken.
Dat je kwetsbaar kunt zijn zonder jezelf te verlaten.
Dat je iets kunt voelen zonder dat je er automatisch naar hoeft te handelen.
Daar groeit draagkracht.
En hoe groter die draagkracht wordt, hoe meer ruimte er ontstaat tussen wat je voelt en wat je vervolgens doet.
Daar ontstaat keuze.
Daar ontstaat richting.
En daar groeit steeds meer zelfleiderschap.
We onderzoeken samen:
waar je patronen zijn ontstaan;
wat ze proberen te beschermen;
welke gevoelens en behoeften eronder liggen;
wat je lichaam en zenuwstelsel hebben geleerd;
wat je vandaag werkelijk nodig hebt;
hoe je nieuwe ervaringen kunt opdoen;
hoe je jezelf steeds constructiever kunt begeleiden.
Mijn doel is niet om je afhankelijk te maken van begeleiding.
Integendeel.
Ik wil je helpen jezelf steeds beter te leren begrijpen, dragen en van binnenuit te begeleiden.
Zodat je niet voortdurend hoeft terug te vallen op oude patronen, controle, prestaties of bevestiging om je veilig of waardevol te voelen.
Vanuit een steviger basisvertrouwen ontstaat meer ruimte.
Voor zelfacceptatie.
Voor innerlijke rust.
Voor gezonde grenzen.
Voor liefde en veilige verbinding.
Voor keuzes die werkelijk bij je passen.
En uiteindelijk voor iets wat voor mij misschien wel de essentie is:
meer vrijheid om te leven vanuit wie je werkelijk bent.
