Liefdesbang – waarom we juist in de liefde onze oude patronen tegenkomen

Waarom trekken we ons terug als iemand dichtbij komt, verliezen we onszelf in de ander of blijven we zoeken naar bevestiging? Een persoonlijke reflectie op Liefdesbang van Hanna Cuppen over hechting, verlatingsangst, bindingsangst, zelfliefde en basisvertrouwen.

BOEKEN

Niel Rijsdijk

8/16/20268 min read

Boek: Liefdesbang – Hanna Cuppen
Thema’s: hechting, verlatingsangst, bindingsangst, eigenwaarde, zelfliefde en relaties

Boeken die mij persoonlijk én professioneel hebben gevormd

Tijdens mijn opleiding tot zijnsgeoriënteerd therapeut heb ik zo’n dertig boeken gelezen over heel verschillende kanten van mens-zijn: psychologie, hechting, trauma en relaties, maar ook boeddhisme, oosterse zienswijzen, spiritualiteit, transpersoonlijke psychologie en persoonlijke ontwikkeling.

Sommige boeken waren voor mij vooral interessant vanuit de theorie.

Andere boeken raakten mij veel persoonlijker.

Ze hielpen mij om mijn eigen geschiedenis, patronen en relaties beter te begrijpen en kregen daardoor ook betekenis voor mijn ontwikkeling als therapeut en coach.

In deze reeks neem ik jullie mee in een aantal boeken die voor mij bijzonder veel hebben betekend — zowel in mijn persoonlijke ontwikkelingsproces als in mijn professionele ontwikkeling.

Ik deel daarom niet alleen waar een boek over gaat.

Ik onderzoek ook wat mij erin raakt, welke inzichten ik eruit heb meegenomen en hoe ik die tegenwoordig terugzie in mijn werk met thema’s als hechting, basisvertrouwen, zelfbeeld en relaties.

Een van die boeken is Liefdesbang van Hanna Cuppen.

Waarom lopen we juist in de liefde steeds tegen dezelfde patronen aan?

Veel mensen lopen vast in terugkerende relatieproblemen zonder precies te begrijpen waarom.

Ze verlangen naar liefde, intimiteit en verbinding, maar merken dat relaties steeds opnieuw ingewikkeld worden.

Sommigen trekken zich terug zodra een relatie te dichtbij komt.

Anderen verliezen zichzelf juist in de ander.

Weer anderen blijven zoeken naar bevestiging, erkenning of de perfecte partner, zonder zich ooit werkelijk veilig of tevreden te voelen.

Wat veel mensen niet weten, is dat onveilige hechting lang niet altijd direct zichtbaar is.

Je kunt succesvol zijn in je werk, sociaal sterk overkomen en ogenschijnlijk heel zelfstandig functioneren.

Hanna Cuppen benadrukt in Liefdesbang dat mensen op veel gebieden van hun leven goed kunnen functioneren, terwijl ze juist binnen intieme relaties steeds opnieuw tegen dezelfde patronen aanlopen. Afstand kan bijvoorbeeld ontstaan door jezelf sterk te richten op werk, sport of andere activiteiten.

Juist wanneer iemand emotioneel dichtbij komt, wordt soms zichtbaar hoe veilig we ons werkelijk voelen in verbinding.

Dat is het terrein dat Cuppen in Liefdesbang onderzoekt.

De dans van aantrekken en afstoten

Cuppen beschrijft verlatingsangst en bindingsangst niet als twee volledig losstaande problemen.

Het zijn twee kanten van dezelfde dynamiek.

Aan de ene kant verlangen we naar nabijheid en verbinding.

Aan de andere kant willen we vrij blijven en onszelf niet verliezen.

Beide behoeften zijn gezond.

Het wordt ingewikkeld wanneer die twee behoeften niet goed naast elkaar kunnen bestaan.

De ene partner zoekt dan steeds meer nabijheid, bevestiging en contact, terwijl de andere partner juist afstand neemt.

Hoe meer de één toenadering zoekt, hoe meer de ander zich kan terugtrekken.

Zo ontstaat de dans die Cuppen omschrijft als achtervolgen en weglopen.

Onder beide kanten kan uiteindelijk dezelfde kwetsbaarheid liggen:

de angst om liefde te verliezen.

Je bent niet altijd maar één van beide

Wat ik belangrijk vind aan Liefdesbang, is dat Cuppen laat zien dat iemand niet eenvoudigweg alleen verlatingsangstig óf bindingsangstig is.

In de ene relatie kun je vooral bang zijn de ander kwijt te raken.

In een andere relatie ben jij misschien juist degene die afstand houdt.

Zelfs binnen dezelfde relatie kunnen de rollen veranderen.

Wanneer degene die voortdurend achtervolgt werkelijk begint los te laten, kan de ander ineens bang worden om de verbinding te verliezen en opnieuw toenadering zoeken.

Dat maakt deze dynamiek complexer dan het eenvoudige beeld van een claimende partner tegenover een vermijdende partner.

Beide partners kunnen zoeken naar veiligheid.

Alleen doen ze dat op een andere manier.

Tussen jezelf verliezen en niemand nodig hebben

Aan de kant van verlatingsangst kan iemand steeds sterker gericht raken op de ander.

Is alles nog goed tussen ons?

Waarom hoor ik niets?

Waarom neemt de ander afstand?

Ben ik nog belangrijk?

Langzaam kunnen de eigen gevoelens, behoeften en grenzen naar de achtergrond verdwijnen.

Aan de andere kant kan iemand juist sterk vasthouden aan onafhankelijkheid.

Ik heb niemand nodig.

Ik wil mijn vrijheid niet verliezen.

Het wordt me te benauwend.

Dat kan eruitzien als zelfstandigheid, terwijl daaronder juist een kwetsbare behoefte aan nabijheid en verbinding verborgen kan liggen.

Gezonde verbinding ligt voor mij daarom niet aan één van beide uitersten.

Ze ontstaat wanneer we beide kunnen:

verbonden zijn zonder onszelf te verliezen en zelfstandig zijn zonder de verbinding te verbreken.

Waarom afstand soms aantrekkelijk voelt

Juist emotioneel minder beschikbare partners kunnen sterk aantrekken.

Wanneer iemand werkelijk beschikbaar is, ontstaat namelijk ook de mogelijkheid van echte intimiteit.

En daarmee worden we kwetsbaar.

We kunnen worden afgewezen.

Iemand kan vertrekken.

Of we kunnen ontdekken dat iemand niet blijft wanneer we ons werkelijk laten zien.

Wanneer liefde vroeger verbonden is geraakt met onzekerheid, verlies of emotionele onveiligheid, kan echte nabijheid daardoor onbewust bedreigend voelen.

Cuppen beschrijft hoe partners samen een bepaalde tussenruimte kunnen creëren waardoor er wel verbinding is, maar werkelijke intimiteit op afstand blijft.

Soms zoeken we daarom iemand die niet volledig beschikbaar is.

Of richten we ons vooral op wat er aan de ander ontbreekt.

Of blijven we zoeken naar de perfecte partner.

De perfecte partner bestaat niet

Natuurlijk zijn twijfels over een relatie niet automatisch bindingsangst.

Mensen kunnen werkelijk andere waarden hebben.

Een andere levensrichting.

Andere relationele behoeften.

Of uiteindelijk ontdekken dat een relatie niet goed voor hen is.

Maar wanneer hetzelfde patroon zich steeds opnieuw herhaalt, wordt het interessant om niet alleen naar de ander te kijken.

Cuppen beschrijft hoe het zoeken naar de perfecte partner verbonden kan zijn met een kwetsbaar gevoel van eigenwaarde.

Wie diep vanbinnen bang is zelf niet goed genoeg te zijn, kan ook steeds opnieuw zoeken naar wat er aan de ander niet goed genoeg is.

Of iemand juist idealiseren en op een voetstuk plaatsen.

In beide gevallen kan de werkelijkheid van de ander uit beeld raken.

Als zorgen een manier wordt om liefde veilig te stellen

Een patroon dat mij bijzonder aanspreekt, is de zorgende rol.

Sommige kinderen leren al vroeg om sterk te zijn.

Ze voelen aan hoe het met een ouder gaat.

Ze proberen spanning te voorkomen.

Ze passen zich aan.

Of ze nemen verantwoordelijkheid die eigenlijk te groot is voor een kind.

Later kan daar een volwassene uit ontstaan die heel goed voor anderen kan zorgen.

Iemand die loyaal, betrokken en empathisch is.

Dat zijn waardevolle kwaliteiten.

Maar er kan tegelijkertijd iets anders onder liggen:

Als ik maar genoeg voor jou doe, blijf jij misschien bij mij.

Dan wordt geven niet alleen een vrije uitdrukking van liefde.

Het wordt ook een manier om verbinding veilig te stellen.

En ondertussen kunnen de eigen behoeften steeds verder naar de achtergrond verdwijnen.

De oude pijn onder volwassen relaties

Volgens Cuppen gaat deze dynamiek uiteindelijk niet alleen over wat twee partners in het heden met elkaar doen.

Onder de dans ligt vaak een oudere wond.

Juist omdat we ons in een relatie openen, kunnen gevoelens zichtbaar worden die we misschien jarenlang hebben kunnen vermijden.

Angst.

Gemis.

Verdriet.

Eenzaamheid.

Afwijzing.

Het gevoel niet goed genoeg te zijn.

Of de angst jezelf kwijt te raken.

Daarom helpt het uiteindelijk niet om alleen te proberen de ander te veranderen.

Cuppen benadrukt dat we de passen van de ander niet kunnen veranderen.

We kunnen wel gaan herkennen welke passen we zelf zetten, wat we daarmee proberen te voorkomen en wat er gebeurt wanneer we niet automatisch vanuit ons oude patroon reageren.

De innerlijke saboteur

Cuppen spreekt daarbij over een innerlijke saboteur.

Dat is het deel dat vanuit angst probeert het vertrouwde patroon in stand te houden.

Niet omdat het ons bewust wil tegenwerken.

Maar omdat het ooit heeft geleerd dat die strategie een bepaalde vorm van veiligheid geeft.

Die stem kan bijvoorbeeld zeggen:

Misschien moet ik toch blijven.

Misschien vind ik nooit iemand anders.

Als ik maar wat meer mijn best doe, verandert het misschien.

Maar dezelfde angst kan ook zeggen:

Deze persoon is toch niet goed genoeg.

Ik voel niet genoeg.

Ik kan beter alleen blijven.

De belangrijke vraag wordt dan:

spreekt hier angst, of spreekt hier zelfliefde?

Cuppen beschrijft de innerlijke saboteur als een stem die gebaseerd is op angst, tegenover een beweging die voortkomt uit zelfliefde.

Wat ik hierin ook van mezelf herken

Misschien raakt Liefdesbang mij ook omdat veel van wat Cuppen beschrijft niet alleen theoretisch voor mij is.

In mijn eigen jeugd waren veiligheid, nabijheid en emotionele beschikbaarheid niet vanzelfsprekend.

Mijn moeder kampte met psychische problemen en werd regelmatig opgenomen. Mijn vader droeg zijn eigen geschiedenis met zich mee en was veel afwezig.

Als kind leerde ik daardoor vroeg om sterk te zijn en voor anderen te zorgen.

Lange tijd zag ik dat vooral als een kwaliteit.

En dat ís het ook.

Maar pas veel later begon ik te begrijpen dat er nog iets anders onder kon liggen.

Door voor anderen te zorgen hoefde ik minder stil te staan bij mijn eigen behoeften.

Zorgen gaf mij bovendien een gevoel van betekenis en verbinding.

In mijn oorspronkelijke reflectie op het boek herkende ik hoe sterk die zorgende rol verbonden was geraakt met mijn behoefte om de verbinding niet kwijt te raken.

Ook in latere relaties herkende ik die beweging.

Ik kon mij sterk richten op wat de ander nodig had, terwijl mijn eigen behoeften minder duidelijk waren.

Tegelijkertijd kon echte nabijheid ook iets oproepen van verlies van vrijheid of de angst mezelf kwijt te raken.

Juist dat vond ik confronterend.

Want ik ontdekte dat verlatingsangst en bindingsangst niet altijd tegenover elkaar staan.

Ze kunnen in dezelfde persoon bestaan.

De ene keer zoek je verbinding.

De andere keer bescherm je jezelf juist tegen diezelfde verbinding.

In mijn eigen proces ben ik steeds beter gaan zien hoe belangrijk het is om niet alleen naar de ander te kijken, maar ook naar mijn eigen aandeel.

Wat gebeurt er in mij?

Waar word ik geraakt?

Wanneer ga ik zorgen, aanpassen of afstand nemen?

En wat heb ík eigenlijk nodig om mij binnen een relatie vrij én verbonden te kunnen voelen?

Die ontwikkeling bracht mij dichter bij het herkennen van mijn eigen behoefte aan gelijkwaardigheid, emotionele veiligheid en wederkerigheid in relaties.

Van angst naar basisvertrouwen

Daar ligt voor mij de verbinding tussen Liefdesbang en wat ik basisvertrouwen noem.

Basisvertrouwen betekent niet dat je zeker weet dat iemand je nooit zal verlaten.

Die garantie bestaat niet.

Het betekent steeds meer kunnen vertrouwen dat je gevoelens kunt dragen.

Dat je behoeften ertoe doen.

Dat je grenzen mag stellen.

Dat je kunt verdragen dat er soms afstand is zonder onmiddellijk te denken dat de verbinding verloren is.

En dat je dichtbij iemand kunt zijn zonder jezelf kwijt te raken.

Misschien is dat wel een van de belangrijkste bewegingen:

dat je jezelf niet meer hoeft te verlaten om liefde te behouden.

Liefde vraagt om wederkerigheid

Gezonde intimiteit gaat niet over volledig samensmelten met een ander.

Maar ook niet over totale onafhankelijkheid.

Werkelijke verbinding ontstaat wanneer twee mensen zichzelf kunnen blijven en tegelijkertijd werkelijk beschikbaar zijn voor elkaar.

Daarvoor is veiligheid nodig.

Hoe veiliger we ons voelen, hoe meer we iets van onze kwetsbaarheid durven laten zien.

Wanneer die kwetsbaarheid door de ander kan worden ontvangen, kan diepere intimiteit ontstaan.

Cuppen verbindt gezonde relaties daarom nadrukkelijk met wederkerigheid.

Niet één die voortdurend geeft en één die ontvangt.

Niet één die achtervolgt en één die vlucht.

Maar twee mensen die steeds opnieuw ruimte kunnen maken voor zichzelf én voor elkaar.

Wat Liefdesbang voor mij waardevol maakt

Wat ik waardevol vind aan Liefdesbang, is dat het boek voorbij het simpele oordeel over de ander gaat.

Het gaat niet alleen over de partner die niet beschikbaar is.

Of over degene die veel bevestiging nodig heeft.

Het nodigt uit om naar de hele dynamiek te kijken.

Wat trekt mij aan?

Waar ben ik bang voor?

Wat probeer ik te vermijden?

Welke rol speel ik zelf?

En welke oude pijn wordt misschien opnieuw aangeraakt?

Daarmee verandert ook de belangrijkste vraag.

Niet alleen:

Waarom lukt het mij niet om de juiste partner te vinden?

Maar misschien veel meer:

Wat gebeurt er in mij wanneer echte liefde, nabijheid en wederkerigheid werkelijk mogelijk worden?

Daar kan verandering beginnen.

Niet door jezelf te veroordelen om oude patronen.

Maar door ze steeds beter te leren herkennen.

Door gevoelens die daaronder liggen ruimte te geven.

Door je grenzen en behoeften te leren kennen.

En door vanuit meer zelfliefde en basisvertrouwen nieuwe keuzes te maken.

Herken je jezelf hierin?

Misschien herken je jezelf in het voortdurend zoeken naar bevestiging.

Of juist in het afstand nemen zodra iemand werkelijk dichtbij komt.

Misschien merk je dat jij vaak degene bent die zorgt, begrijpt en zich aanpast.

Of dat je telkens opnieuw terechtkomt in relaties waarin je sterk naar verbinding verlangt, maar je tegelijkertijd niet werkelijk veilig voelt.

In mijn praktijk zijn mensen welkom die deze patronen verder willen onderzoeken.

Samen kijken we niet alleen naar wat er in je huidige relaties gebeurt, maar ook naar wat daaronder ligt: hechting, oude relationele ervaringen, overtuigingen, beschermingsmechanismen en je basisvertrouwen.

Niet met als doel jezelf te repareren.

Maar om steeds beter te begrijpen wat je nodig hebt om jezelf te kunnen blijven én werkelijk verbinding toe te laten.

Wil je hiermee aan de slag? Neem gerust contact met me op voor een kennismaking.