Waarom val ik steeds op hetzelfde type partner?

RELATIES

Niel Rijsdijk

7/25/202616 min read

Waarom vertrouwd niet altijd veilig voelt

"Waarom word ik steeds verliefd of aangetrokken op iemand bij wie ik mij uiteindelijk niet volledig begrepen, geliefd, welkom of geaccepteerd voel?"

Het is een vraag die veel mensen zichzelf stellen na een relatiebreuk.

Misschien herken je het.

Je ontmoet iemand en vanaf het eerste moment voelt het bijzonder. Er is aantrekkingskracht. Nieuwsgierigheid. Alsof jullie elkaar al veel langer kennen. Gesprekken gaan vanzelf en ergens voelt het alsof je eindelijk iemand hebt ontmoet bij wie het anders zal zijn.

Toch verandert er langzaam iets.

Niet ineens.

Maar stap voor stap.

Je merkt dat jij steeds vaker degene bent die vraagt hoe het écht gaat. Jij begint de moeilijke gesprekken. Jij probeert te begrijpen wat er speelt wanneer de ander zich terugtrekt. Jij zoekt naar manieren om de verbinding weer te herstellen.

In het begin voelt dat misschien nog heel vanzelfsprekend.

Dat is tenslotte wat je doet wanneer iemand belangrijk voor je is.

Maar na verloop van tijd begin je iets te missen.

Misschien had je een partner die niet altijd voldoende responsief was op wat jij voelde of nodig had. Iemand bij wie je merkte dat je voorzichtig werd met wat je deelde. Bij wie je niet altijd het gevoel had dat er werkelijk ruimte was voor jouw binnenwereld.

Misschien voelde je je op sommige momenten dichtbij de ander, maar op andere momenten juist alleen. Je kon misschien wel praten, maar voelde je niet altijd echt gehoord. Je kon jezelf laten zien, maar niet helemaal. Alsof bepaalde gevoelens, verlangens of kwetsbare kanten van jou moeilijk ontvangen werden.

Langzaam kan dan iets diepers geraakt worden.

Niet alleen het verlangen om begrepen te worden, maar ook je gevoel van basisvertrouwen.

Dat diepe innerlijke gevoel dat je er mag zijn zoals je bent.

Dat jouw gevoelens welkom zijn.

Dat je niet voortdurend hoeft te twijfelen aan je plek in de relatie.

Dat je jezelf niet steeds hoeft aan te passen om verbonden te mogen blijven.

Wanneer dat gevoel ontbreekt, kun je wel een relatie hebben en je toch niet werkelijk veilig voelen.

Je houdt dingen achter.

Je past je aan.

Je twijfelt aan jezelf.

Je vraagt je af of je misschien te gevoelig bent.

Of te veel vraagt.

Of juist niet duidelijk genoeg bent geweest.

En zonder dat je het merkt, raak je steeds verder verwijderd van het ontspannen gevoel dat je gewoon jezelf mag zijn.

Wanneer zo'n relatie eindigt, blijft daarom vaak niet alleen verdriet achter.

Er blijft ook verwarring achter.

Want als deze relatie uiteindelijk niet goed voor mij was…

Waarom voelde deze persoon dan vanaf het begin zo vertrouwd?

Waarom bleef ik zo lang hopen dat het anders zou worden?

En waarom lijkt dit patroon zich steeds opnieuw te herhalen?

Waarom voelt deze persoon zo vertrouwd?

Misschien is dat wel één van de moeilijkste vragen na een relatiebreuk.

Want wanneer we terugkijken, zien we vaak heel duidelijk wat er ontbrak.

We zien de afstand.

De misverstanden.

De momenten waarop we ons alleen voelden.

En toch was er tegelijkertijd iets waardoor we bleven.

Iets waardoor we steeds opnieuw hoop hielden.

Dat kan verwarrend zijn.

Want hoe kan iemand die mij uiteindelijk zo veel onzekerheid gaf, in het begin juist zó vertrouwd voelen?

Veel mensen denken dat verliefdheid vooral ontstaat doordat iemand goed bij ons past.

Misschien is dat deels waar.

Maar ik vraag mij af of er soms ook iets anders meespeelt.

Misschien reageert niet alleen ons hart.

Misschien reageert ook ons zenuwstelsel.

Waarom overkomt mij dit steeds?

Die vraag hield mij lange tijd bezig.

Niet alleen in mijn eigen leven, maar ook in de vele gesprekken die ik in mijn werk als coach heb gevoerd.

Langzaam begon ik een patroon te herkennen.

Misschien kiezen we niet alleen met ons bewuste verstand en onze gevoelens van dat moment.

Misschien spelen ook oudere, vaak onbewuste hechtingspatronen en relationele verwachtingen mee.

Patronen die al vroeg zijn gevormd in het contact met onze ouders of andere belangrijke opvoeders.

Misschien kiest ook iets in ons dat veel ouder is soms kan dat zelfs intergenarationeels meespelen.

Iets dat al vroeg werd gevormd in de relatie met onze ouders of andere belangrijke opvoeders.

Niet omdat we bewust iemand zoeken die op onze vader of moeder lijkt.

Maar omdat we ons soms onbewust aangetrokken voelen tot een bepaalde manier waarop verbinding voelt.

En daar begint misschien wel één van de grootste paradoxen van de liefde.

Ons verstand verlangt naar veiligheid.

Ons zenuwstelsel herkent vertrouwdheid.

En die twee zijn niet altijd hetzelfde.

Wat vertrouwd voelt, hoeft niet veilig te zijn.

En wat werkelijk veilig is, voelt in het begin soms juist vreemd.

Dat is misschien wel één van de moeilijkste inzichten wanneer we proberen te begrijpen waarom we steeds op hetzelfde type partner vallen.

Want misschien kiezen we niet alleen voor de persoon die tegenover ons staat.

Misschien kiezen we ook onbewust voor een gevoel dat we al veel langer kennen.

De emotionele blauwdruk van liefde

Wanneer we verliefd worden, denken we vaak dat we een bewuste keuze maken.

We vallen op iemands humor, uitstraling, intelligentie, levensvisie of gedeelde interesses.

Dat speelt allemaal een rol.

Maar ik vraag mij af of er tegelijkertijd nog iets anders gebeurt.

Iets waar we ons meestal niet bewust van zijn.

Vanaf onze eerste levensjaren leert ons zenuwstelsel hoe verbinding voelt.

Niet doordat iemand ons uitlegt wat liefde is.

Maar doordat we liefde iedere dag ervaren.

Of juist niet ervaren.

Voelden we ons getroost wanneer we verdrietig waren?

Was er iemand die nieuwsgierig was naar wat er in ons omging?

Moesten we sterk zijn?

Moesten we ons aanpassen?

Moesten we wachten tot er ruimte voor ons was?

Of voelden we juist dat we welkom waren, ook wanneer we boos, bang of verdrietig waren?

Kinderen denken niet na over dit soort vragen.

Hun zenuwstelsel doet dat wel.

Het slaat duizenden kleine ervaringen op.

Niet als woorden.

Maar als gevoelens.

Als een innerlijk kompas dat langzaam leert:

Zo voelt verbinding.

En misschien nog belangrijker:

Zo voelt veiligheid.

Langzaam ontstaat daardoor een emotionele blauwdruk.

Niet van hoe liefde zou moeten zijn.

Maar van hoe liefde voor jou is gaan voelen.

En juist die blauwdruk nemen we vaak onbewust mee naar onze volwassen relaties.

Niet omdat we dat willen.

Maar omdat ons zenuwstelsel voortdurend zoekt naar iets wat het herkent.

Waarom vertrouwd zo'n enorme aantrekkingskracht heeft

Wanneer mensen verliefd worden, zeggen ze vaak:

"Het voelde meteen goed."

"Alsof ik hem of haar al jaren kende."

"Ik voelde mij direct thuis."

Dat klinkt romantisch.

En soms is dat ook zo.

Maar misschien betekent vertrouwd niet altijd hetzelfde als veilig.

Misschien betekent vertrouwd soms simpelweg:

Dit herken ik.

Ons zenuwstelsel houdt namelijk niet in de eerste plaats van het onbekende.

Het houdt van voorspelbaarheid.

Van herkenning.

Zelfs wanneer die herkenning vroeger ook pijn heeft gedaan.

Dat klinkt misschien vreemd.

Toch is het heel menselijk.

Stel je voor dat je bent opgegroeid met een ouder die liefdevol was, maar moeite had om gevoelens te bespreken.

Je leerde onbewust dat nabijheid en emotionele afstand bij elkaar horen.

Wanneer je later iemand ontmoet die eveneens wat gereserveerd is, kan dat onverwacht vertrouwd voelen.

Niet omdat afstand prettig is.

Maar omdat je zenuwstelsel zegt:

"Dit ken ik."

En wat we herkennen, voelt vaak veiliger dan iets wat volledig nieuw is.

Zelfs wanneer ons verstand iets anders zegt.

Waarom een veilige partner soms juist vreemd voelt

Misschien is dit wel één van de meest verrassende inzichten.

Veel mensen denken dat een veilige partner direct rustig zal voelen.

Dat is niet altijd zo.

Soms voelt een emotioneel beschikbare partner in het begin juist... een beetje saai.

Niet omdat die persoon saai is.

Maar omdat je zenuwstelsel weinig spanning ervaart.

Er hoeft niets opgelost te worden.

Je hoeft niet te raden wat de ander voelt.

Je hoeft niet steeds te zoeken naar bevestiging.

Je hoeft niet voortdurend alert te zijn.

En juist dat kan vreemd aanvoelen wanneer je gewend bent dat liefde altijd gepaard ging met onzekerheid.

Sommige mensen verwarren die spanning zelfs met aantrekkingskracht.

Niet omdat ze van spanning houden.

Maar omdat spanning zo lang onderdeel is geweest van hun ervaring met liefde.

Dat betekent niet dat chemie verkeerd is.

Het betekent alleen dat sterke chemie niet automatisch hetzelfde is als emotionele veiligheid.

Misschien is echte veiligheid soms juist veel stiller.

Minder spectaculair.

Maar uiteindelijk veel dieper.

We kiezen niet onze ouders terug

Soms wordt gezegd dat we in de liefde onbewust op zoek gaan naar iemand die op onze vader of moeder lijkt.

Dat vind ik te eenvoudig.

De meeste mensen zoeken geen kopie van hun ouders.

Ze vallen niet bewust op dezelfde persoonlijkheid, dezelfde manier van praten of hetzelfde gedrag.

Waar we ons mogelijk wel toe aangetrokken voelen, is een bekende emotionele dynamiek.

Niet zozeer de persoon.

Maar de manier waarop de verbinding voelt.

Misschien groeide je op met een vader die liefdevol en betrokken was, maar moeite had om over gevoelens te praten.

Hij zorgde goed voor het gezin.

Hij werkte hard.

Hij was misschien betrouwbaar en aanwezig.

Maar wanneer jij verdrietig, bang of onzeker was, bleef echte emotionele afstemming soms uit.

Misschien kreeg je een oplossing terwijl je vooral getroost wilde worden.

Misschien werd er gezegd dat het wel meeviel.

Of werd het gesprek al snel weer praktisch.

Je wist misschien dat je vader van je hield.

Maar je voelde je niet op ieder moment werkelijk begrepen.

Daardoor kunnen liefde en emotionele afstand ongemerkt met elkaar verbonden raken.

Niet omdat je dat bewust zo hebt besloten.

Maar omdat dit een van de vormen was waarin je liefde hebt leren kennen.

Wanneer je later iemand ontmoet die eveneens wat gereserveerd is, moeite heeft met kwetsbaarheid of zich terugtrekt zodra gevoelens intenser worden, kan daar onverwacht veel aantrekkingskracht ontstaan.

Niet omdat je verlangt naar afstand.

Maar omdat iets in jou deze vorm van contact herkent.

Hetzelfde kan gebeuren in de relatie met je moeder

Misschien was juist je moeder emotioneel moeilijker bereikbaar.

Niet omdat zij niet van je hield.

Maar omdat zij zelf veel te dragen had.

Stress.

Verdriet.

Trauma.

Psychische problemen.

Zorgen over geld, werk of het gezin.

Misschien was zij soms warm en betrokken, maar op andere momenten afwezig, overprikkeld of moeilijk te bereiken.

Als kind kon je niet altijd voorspellen welke versie van haar je zou aantreffen.

Je leerde daarom goed kijken.

Hoe kijkt ze vandaag?

Hoe klinkt haar stem?

Is dit een goed moment om iets te vertellen?

Kan ik met mijn verdriet bij haar terecht, of maak ik het dan alleen maar moeilijker?

Zonder dat iemand het je leerde, werd je opmerkzaam.

Je voelde de sfeer aan.

Je wachtte.

Je paste je aan.

Je stelde je eigen behoefte misschien nog even uit.

Later kan juist iemand aantrekkelijk voelen die ook wisselend beschikbaar is.

Iemand die de ene dag heel dichtbij komt en de volgende dag afstand neemt.

Iemand die je veel warmte geeft, maar zich terugtrekt zodra er spanning ontstaat.

Niet omdat die onvoorspelbaarheid prettig is.

Maar omdat je zenuwstelsel deze afwisseling al kent.

De nabijheid voelt intens.

De afstand activeert het verlangen.

En de opluchting wanneer de verbinding terugkomt, kan gemakkelijk worden verward met diepe liefde.

Soms herkennen we iets van allebei

In werkelijkheid gaat het zelden alleen over vader of alleen over moeder.

Iedere jeugd bestaat uit een ingewikkeld geheel van ervaringen.

Misschien was vader emotioneel gesloten en moeder juist overbezorgd.

Misschien was moeder onvoorspelbaar, terwijl vader zich bij spanning terugtrok.

Misschien was er veel liefde in huis, maar weinig ruimte voor kwetsbaarheid.

Of juist veel emotie, maar weinig rust en voorspelbaarheid.

Misschien werd er goed voor je gezorgd, maar voelde je toch dat je niet te veel mocht vragen.

Of je leerde dat je vooral gewaardeerd werd wanneer je behulpzaam, rustig, zelfstandig of succesvol was.

Ons zenuwstelsel slaat deze ervaringen niet op als een overzichtelijke lijst.

Het vormt er een totaalgevoel van.

Een onbewuste verwachting van hoe relaties meestal verlopen.

Hoe dichtbij iemand mag komen.

Wat er gebeurt wanneer je iets nodig hebt.

Hoe veilig het is om verdriet, boosheid of teleurstelling te laten zien.

En hoeveel moeite je moet doen om de verbinding te behouden.

Daardoor kunnen we ons later aangetrokken voelen tot iemand die verschillende elementen van die vroege ervaring oproept.

Niet omdat die persoon op onze ouders lijkt.

Maar omdat de relatie iets bekends in ons wakker maakt.

De paradox van verliefd worden

Hier ontstaat misschien wel een van de grootste paradoxen van de liefde.

Bewust verlangen veel mensen naar een partner die warm, open en emotioneel beschikbaar is.

Iemand met wie je moeilijke dingen kunt bespreken.

Iemand die verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar aandeel.

Iemand die nieuwsgierig is naar jouw binnenwereld.

Iemand bij wie je niet voortdurend hoeft te twijfelen aan je plek.

Toch kunnen juist diezelfde mensen zich sterk aangetrokken voelen tot iemand die moeite heeft met emotionele nabijheid.

Iemand die gevoelens ingewikkeld vindt.

Die spanning liever vermijdt.

Die zich terugtrekt wanneer een gesprek te dichtbij komt.

Of die vooral beschikbaar lijkt zolang de relatie licht, spannend en onbelast blijft.

Dat betekent niet dat iemand bewust voor pijn kiest.

Het betekent ook niet dat iemand alleen maar op zogenoemde verkeerde partners valt.

Het betekent vooral dat ons verstand en ons zenuwstelsel niet altijd naar hetzelfde zoeken.

Ons verstand verlangt naar veiligheid.

Ons zenuwstelsel herkent vertrouwdheid.

En vertrouwdheid kan soms krachtiger aanvoelen dan rust.

Misschien ontstaat daarom juist veel chemie wanneer iemand niet helemaal bereikbaar is.

Er is iets te winnen.

Iets te ontdekken.

Iets te bewijzen.

Iets in jou wordt actief.

Je gaat meer denken aan de ander.

Je voelt sterker wanneer er contact is.

Je mist de ander heviger wanneer die afstand neemt.

De relatie krijgt daardoor een intensiteit die gemakkelijk kan worden aangezien voor diepgang.

Maar intensiteit is niet altijd hetzelfde als intimiteit.

Spanning is niet altijd hetzelfde als liefde.

En verlangen is niet altijd hetzelfde als veiligheid.

Wanneer onzekerheid als chemie voelt

Misschien herken je dat je veel aan iemand denkt zodra het contact onduidelijk wordt.

Je kijkt vaker op je telefoon.

Je vraagt je af waarom het langer duurt voordat er een reactie komt.

Je analyseert een bericht.

Je probeert te begrijpen wat een bepaalde toon betekent.

En wanneer de ander daarna weer toenadering zoekt, voel je opluchting.

Warmte.

Blijdschap.

Misschien zelfs euforie.

Dat gevoel kan heel sterk zijn.

Maar een deel van die intensiteit ontstaat mogelijk niet alleen door liefde.

Ook de afwisseling tussen nabijheid en afstand speelt een rol.

Onzekerheid activeert ons hechtingssysteem.

We worden alerter.

We zoeken meer contact.

We voelen sterker hoe belangrijk de ander voor ons is.

Wanneer de verbinding vervolgens wordt hersteld, neemt de spanning tijdelijk af.

Die opluchting kan voelen als bewijs dat de relatie bijzonder is.

Terwijl er misschien vooral een cyclus is ontstaan van afstand, verlangen en herstel.

Dat betekent niet dat de gevoelens niet echt zijn.

Ze zijn wel degelijk echt.

Maar het kan helpend zijn om te onderzoeken waar de intensiteit precies vandaan komt.

Voel ik liefde?

Voel ik veiligheid?

Of voel ik vooral de opluchting dat de ander weer even beschikbaar is?

Liefde als een tweede kans

Misschien speelt er nog iets anders mee.

Volwassen liefdesrelaties kunnen onbewust de hoop bevatten dat iets ouds alsnog hersteld wordt.

Dat we deze keer wel krijgen wat we vroeger hebben gemist.

Dat iemand die eerst afstandelijk is, zich uiteindelijk toch volledig voor ons opent.

Dat iemand die moeite heeft met gevoelens, door onze liefde leert om werkelijk nabij te zijn.

Dat wij deze keer wel belangrijk genoeg zullen zijn om iemand te laten blijven.

Die hoop is heel menselijk.

Misschien gaat het niet eens alleen om de partner van vandaag.

Misschien raakt de relatie ook een veel ouder verlangen.

Het verlangen om eindelijk volledig gezien te worden.

Om niet meer te hoeven wachten.

Om niet langer je best te hoeven doen voor aandacht, erkenning of nabijheid.

De relatie krijgt dan ongemerkt een dubbele betekenis.

Je verlangt niet alleen naar liefde in het heden.

Je hoopt misschien ook dat een oude pijn eindelijk een ander einde krijgt.

Dat maakt loslaten zo moeilijk.

Want je neemt niet alleen afscheid van de persoon.

Je neemt ook afscheid van de hoop dat het deze keer anders zou worden.

De valkuil van potentie

Wanneer we veel empathie hebben, zien we vaak niet alleen wie iemand vandaag is.

We zien ook wie die persoon zou kunnen worden.

We zien de zachtheid achter de afstand.

De onzekerheid achter de boosheid.

De angst achter het terugtrekken.

We zien mogelijkheden.

Groei.

Potentie.

Dat kan een prachtige eigenschap zijn.

Maar het kan ook maken dat we langer in een relatie blijven die ons op dit moment onvoldoende geeft.

We worden verliefd op de momenten waarop de ander zich wel opent.

Op de enkele gesprekken waarin echte nabijheid voelbaar is.

Op de glimp van wie iemand zou kunnen zijn wanneer de angst, stress of afweer minder sterk zou worden.

Die momenten geven hoop.

Maar hoop kan ook uitstellen wat we eigenlijk al weten.

Dat iemand op dit moment misschien niet in staat of bereid is om de relatie te geven waar wij naar verlangen.

Natuurlijk kunnen mensen veranderen.

Gelukkig wel.

Maar verandering ontstaat niet doordat een partner genoeg geduld heeft.

Niet doordat jij alles begrijpt.

Niet doordat jij blijft uitleggen wat er nodig is.

Echte verandering begint pas wanneer iemand zelf bereid is om te kijken, verantwoordelijkheid te nemen en in beweging te komen.

Tot die tijd kan potentie een belofte blijven waarop jij je leven bouwt.

Niet iedereen reageert op afstand hetzelfde

Wanneer emotionele beschikbaarheid ontbreekt, reageren mensen daar verschillend op.

Sommigen trekken zich terug.

Ze beschermen zichzelf door minder te voelen, minder te delen of zich minder afhankelijk op te stellen.

Anderen gaan juist harder werken voor de verbinding.

Ze zoeken het gesprek.

Ze proberen de ander gerust te stellen.

Ze denken na over wat er misging.

Ze passen zich aan.

Ze geven nog iets meer liefde, geduld of begrip.

Niet omdat zij zwak zijn.

Maar omdat zij misschien al vroeg hebben geleerd dat verbinding niet vanzelfsprekend is.

Dat nabijheid iets is wat je moet bewaken.

Dat je alert moet blijven.

Dat je moet aanvoelen wat de ander nodig heeft.

En misschien ontstaat daar wat ik ben gaan noemen:

De ridder of ridderes in de liefde

De ridder (staat voor hij of zij) in de liefde is niet iemand die te veel liefheeft.

Het is iemand die heeft geleerd dat liefde iets is waar je hard voor moet werken.

Iemand die snel verantwoordelijkheid voelt voor de sfeer, de verbinding en het welzijn van de ander.

Iemand die niet gemakkelijk opgeeft.

Die blijft zoeken naar mogelijkheden.

Die gelooft dat er achter afstand altijd een ingang moet zijn.

Dat zijn vaak warme, betrokken en loyale mensen.

Mensen die werkelijk kunnen luisteren.

Die subtiele veranderingen in stemming opmerken.

Die bereid zijn naar zichzelf te kijken.

Die na een conflict niet alleen willen weten wie er gelijk had, maar vooral hoe de verbinding hersteld kan worden.

Dat zijn prachtige kwaliteiten.

Iedere gezonde relatie heeft ze nodig.

Maar juist deze kwaliteiten kunnen een valkuil worden wanneer ze niet wederzijds worden gedragen.

Want wat gebeurt er wanneer steeds dezelfde persoon blijft luisteren?

Steeds dezelfde persoon het gesprek begint?

Steeds dezelfde persoon probeert te begrijpen?

En steeds dezelfde persoon de brug bouwt wanneer er afstand ontstaat?

Dan verandert liefde langzaam in arbeid.

En zorgzaamheid in het dragen van de relatie.

Wanneer zorgen langzaam dragen wordt

In het begin van een relatie voelt geven vaak heel vanzelfsprekend.

Je verrast elkaar.

Je luistert.

Je toont interesse.

Je houdt rekening met elkaar.

Je past je soms aan.

Dat hoort allemaal bij liefde.

Sterker nog, juist de bereidheid om elkaar tegemoet te komen maakt een relatie levend.

Het probleem ontstaat daarom niet doordat je veel geeft.

Het probleem ontstaat wanneer geven langzaam veranderen gaat in dragen.

Vaak gebeurt dat zo geleidelijk dat je het nauwelijks merkt.

Je bent degene die steeds opnieuw vraagt hoe het écht gaat.

Je bent degene die na een ruzie als eerste contact zoekt.

Je bent degene die moeilijke onderwerpen bespreekbaar maakt.

Je leest boeken over relaties.

Je luistert podcasts.

Je volgt misschien therapie of coaching.

Niet omdat je de ander wilt veranderen.

Maar omdat je verlangt naar verbinding.

Langzaam ontstaat er echter een subtiele verschuiving.

Je aandacht gaat steeds minder naar de vraag:

"Hoe gaat het met ons?"

En steeds meer naar de vraag:

"Hoe kan ik ervoor zorgen dat het weer goed komt?"

Dat lijkt misschien een klein verschil.

Maar het verandert de hele dynamiek van een relatie.

Want ongemerkt neem jij steeds meer verantwoordelijkheid voor iets wat eigenlijk van twee mensen is.

Niet omdat de ander daarom vraagt.

Maar omdat jouw liefde je ertoe beweegt.

En misschien ook omdat jouw geschiedenis je heeft geleerd dat verbinding iets is waarvoor je moet blijven werken.

Wanneer begrip de plaats inneemt van wederkerigheid

Hoe meer je leert over hechting, trauma en afweermechanismen, hoe gemakkelijker het wordt om het gedrag van de ander te begrijpen.

Je ziet dat iemand zich terugtrekt omdat nabijheid spannend is.

Je begrijpt dat boosheid soms een beschermingsmechanisme is.

Je ziet dat afstand niet altijd onwil is.

Dat begrip is waardevol.

Sterker nog, ik denk dat begrip een belangrijk onderdeel is van liefde.

Maar begrip kent ook een schaduwkant.

Soms gebruiken we ons begrip onbewust om te verklaren waarom wij genoegen blijven nemen met iets wat ons eigenlijk tekortdoet.

We zeggen tegen onszelf:

"Hij heeft een moeilijke jeugd gehad."

"Zij bedoelt het niet zo."

"Hij kan er niets aan doen."

"Ze heeft gewoon tijd nodig."

Dat kan allemaal waar zijn.

En toch zegt geen van die zinnen iets over een andere belangrijke vraag.

Ervaar ik in deze relatie voldoende wederkerigheid?

Want liefde vraagt niet alleen begrip.

Liefde vraagt ook beweging.

Van twee kanten.

Wanneer steeds dezelfde persoon blijft luisteren...

Steeds dezelfde persoon zich aanpast...

Steeds dezelfde persoon de relatie probeert te herstellen...

Dan ontstaat er langzaam een scheve balans.

Niet omdat één van beide mensen slecht is.

Maar omdat de relatie steeds meer gedragen wordt door één persoon.

Hoe herken je de ridder of ridderes in jezelf?

Misschien herken je jezelf in een aantal van deze uitspraken.

Niet omdat ze allemaal op jou van toepassing zijn.

Maar omdat je merkt dat er iets begint te schuiven.

  • Jij bent meestal degene die moeilijke gesprekken begint.

  • Jij voelt spanningen vaak eerder dan de ander.

  • Jij vraagt je na een conflict eerst af wat jij anders had kunnen doen.

  • Jij probeert de ander te begrijpen voordat je jezelf begrijpt.

  • Jij blijft hoop houden dat het beter wordt.

  • Jij ziet vooral de mogelijkheden van iemand.

  • Jij wacht nog even.

  • Jij hebt veel geduld.

  • Jij gelooft dat liefde soms gewoon tijd nodig heeft.

Dat zijn geen zwakke eigenschappen.

Integendeel.

Het zijn vaak prachtige kwaliteiten.

Maar misschien mag je jezelf ook een andere vraag stellen.

Wie zorgt er eigenlijk voor mij?

Wie is nieuwsgierig naar mijn binnenwereld?

Wie merkt het op wanneer ík afstand neem?

Wie zoekt míj op na een conflict?

Wie draagt de relatie wanneer ik het even niet kan?

Dat zijn misschien ongemakkelijke vragen.

Maar soms ook de belangrijkste.

Hoe voelt een veilige relatie eigenlijk?

Veel mensen weten precies hoe een onveilige relatie voelt.

Maar veel minder mensen weten hoe veiligheid werkelijk voelt.

Veiligheid betekent niet dat er nooit conflicten zijn.

Ook veilige stellen maken ruzie.

Ze begrijpen elkaar niet altijd.

Ze raken elkaar soms kwijt.

Het verschil zit ergens anders.

Je hoeft niet voortdurend te twijfelen aan je plek.

Je hoeft niet steeds te raden wat de ander voelt.

Je hoeft jezelf niet kleiner te maken om de verbinding te behouden.

Je hoeft niet voortdurend alert te zijn.

Je mag verdrietig zijn zonder bang te zijn dat de ander zich afsluit.

Je mag boos zijn zonder bang te zijn dat de relatie op het spel staat.

Je mag kwetsbaar zijn zonder eerst te moeten bewijzen dat jouw gevoel terecht is.

Misschien is dat wel wat basisvertrouwen uiteindelijk betekent.

Niet dat je zeker weet dat er nooit iets misgaat.

Maar dat je diep van binnen voelt:

Ook wanneer het moeilijk wordt, hoeven we elkaar niet kwijt te raken.

Dat geeft rust.

Niet de opwinding van onzekerheid.

Maar de rust van wederzijdse betrokkenheid.

En misschien voelt die rust in het begin zelfs een beetje vreemd.

Omdat je zenuwstelsel jarenlang iets anders gewend is geweest.

Van ridder of ridderes naar gelijkwaardige partner

De oplossing is niet om minder liefdevol te worden.

Ook niet om harder te worden.

Of cynischer.

Juist niet.

De kwaliteiten van de ridder zijn prachtig.

Empathie.

Loyaliteit.

Betrokkenheid.

Nieuwsgierigheid.

Het vermogen om werkelijk te luisteren.

Dat zijn eigenschappen die iedere gezonde relatie nodig heeft.

De uitnodiging is daarom niet om die kwaliteiten los te laten.

Maar om ze ook aan jezelf te geven.

Jezelf net zo serieus nemen als de ander.

Je eigen behoeften uitspreken zonder schuldgevoel.

Grenzen durven stellen zonder bang te zijn dat liefde verdwijnt.

En steeds opnieuw onderzoeken of de verantwoordelijkheid voor de relatie werkelijk door twee mensen wordt gedragen.

Want liefde hoeft geen reddingsactie te zijn.

Liefde hoeft niet verdiend te worden.

Liefde vraagt niet dat één persoon de brug blijft bouwen.

Een gezonde relatie ontstaat wanneer twee mensen, met ieder hun eigen geschiedenis, bereid zijn elkaar steeds opnieuw tegemoet te bewegen.

Niet perfect.

Wel wederzijds.

Tot slot

Misschien herken je jezelf in delen van dit verhaal.

Misschien helemaal niet.

Iedere jeugd is anders.

Iedere relatie is anders.

En geen enkel patroon vertelt het hele verhaal van een mens.

Toch geloof ik dat het helpend kan zijn om nieuwsgierig te worden naar de manier waarop jouw geschiedenis doorwerkt in de liefde.

Niet om met een beschuldigende vinger naar je ouders te wijzen.

De meeste ouders doen, binnen hun eigen mogelijkheden en met hun eigen geschiedenis, oprecht hun best.

En ook niet om je partner te veroordelen.

Want ook hij of zij draagt een eigen levensverhaal met zich mee.

Bewustwording is geen zoektocht naar schuld.

Het is een uitnodiging tot begrip.

Voor de ander.

Maar óók voor jezelf.

Want misschien hoef je niet minder liefde te geven.

Misschien mag je leren liefde anders te ontvangen.

Misschien ontdek je dat een veilige relatie niet begint op het moment dat jij nóg beter leert zorgen.

Maar op het moment dat je ervaart dat je niet langer alleen verantwoordelijk bent voor de verbinding.

Dat je niet alleen gezien wordt wanneer je geeft.

Maar ook wanneer je ontvangt.

En misschien is dat wel de diepste betekenis van basisvertrouwen.

Dat je niet langer hoeft te vechten voor een plek in het hart van de ander.

Maar dat je mag ontdekken hoe het voelt wanneer liefde niet door één persoon wordt gedragen.

Liefde is uiteindelijk geen reddingsactie.

Liefde is twee mensen die, met hun eigen geschiedenis, elkaar steeds opnieuw durven ontmoeten.