Waarom wordt iemand die ooit slachtoffer was, soms later zelf degene die anderen beschadigt?

Niel Rijsdijk

7/11/20264 min read

Wanneer oude (hechtings)pijn zich herhaalt in een relatie

Die vraag houdt mij al jaren bezig. Niet omdat ik grensoverschrijdend gedrag wil verklaren of goedpraten, maar omdat ik geloof dat we het pas echt kunnen voorkomen als we begrijpen hoe het ontstaat.

Onlangs las ik een indringend verhaal over een vrouw die eerst slachtoffer was van ernstig partnergeweld en jaren later zelf grensoverschrijdend gedrag vertoonde binnen een volgende relatie. Haar verhaal liet opnieuw zien hoe complex menselijk gedrag soms is.

Wat mij vooral opviel, was niet dat zij later zelf geweld gebruikte. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we al langer dat sommige slachtoffers later ook dadergedrag kunnen ontwikkelen. Wat mij vooral raakte, was iets anders.

Zij vertelde dat zij zich in haar relatie vaak niet gezien en niet gehoord voelde. Juist dat was haar grootste trigger.

Vanuit dit specialisme met dit onderwerp rondom onveilige hechting en basisvertrouwen fascineert mij dat. Want wanneer een gebeurtenis in het heden zó'n heftige emotionele reactie oproept, gaat het vaak niet alleen over wat er op dat moment gebeurt. Het raakt regelmatig een veel oudere wond.

Oude onvervulde behoeften

Als kind hebben we allemaal fundamentele emotionele behoeften. We hebben behoefte aan liefde, veiligheid, bescherming, troost, aandacht, erkenning, voorspelbaarheid en het gevoel dat we welkom zijn zoals we zijn.

Wanneer ouders of verzorgers voldoende op deze behoeften kunnen afstemmen, ontwikkelt een kind meestal een gezond basisvertrouwen. Het leert dat gevoelens er mogen zijn, dat het de moeite waard is en dat anderen in principe veilig en betrouwbaar zijn.

Maar dat geldt niet voor iedereen.

Sommige kinderen groeien op in een gezin waar sprake is van geweld, emotionele verwaarlozing, voortdurende spanning, psychische problemen, verslaving of emotioneel afwezige ouders. Soms is er geen zichtbaar geweld, maar ontbreekt juist de emotionele beschikbaarheid die een kind nodig heeft om zich veilig te ontwikkelen.

Een kind past zich dan aan om te kunnen overleven.

Het wordt een pleaser.

Het leert voortdurend de sfeer aan te voelen.

Het gaat zorgen voor anderen.

Het trekt zich terug.

Of probeert alles onder controle te houden.

De behoefte aan liefde, veiligheid en erkenning verdwijnt daardoor niet. Ze blijft als het ware onvervuld achter.

Dat zijn wat ik noem oude onvervulde behoeften.

Wanneer het verleden zich met het heden gaat bemoeien

Deze onvervulde behoeften verdwijnen meestal niet vanzelf wanneer iemand volwassen wordt.

In een liefdesrelatie gebeurt dan vaak iets bijzonders.

De partner wordt onbewust degene die eindelijk moet geven wat vroeger ontbrak. Veiligheid. Erkenning. Bevestiging. Onvoorwaardelijke liefde. Gezien worden. Gehoord worden.

Zolang dat lukt, lijkt er weinig aan de hand.

Maar zodra de partner afstand neemt, kritiek geeft, grenzen stelt of emotioneel minder beschikbaar is, kan de oude pijn onverwacht worden geactiveerd.

Niet alleen het denken reageert dan. Ook het zenuwstelsel schiet in een oude overlevingsstand. Het lichaam ervaart opnieuw gevaar, ook al is de situatie objectief heel anders dan vroeger.

Daardoor kan een relatief kleine gebeurtenis voelen alsof alles op het spel staat.

Van overlevingsstrategie naar destructieve relatiepatronen

Om met die oude pijn om te gaan ontwikkelen mensen overlevingsstrategieën.

De één gaat pleasen.

De ander zoekt voortdurend bevestiging.

Weer een ander probeert controle te houden.

Sommigen trekken zich juist volledig terug.

Deze strategieën waren ooit misschien noodzakelijk om als kind emotioneel te overleven.

Maar wanneer ze onbewust blijven, kunnen ze zich later ontwikkelen tot destructieve relationele patronen.

Controle wordt dwang.

Jaloezie wordt wantrouwen.

Kwetsbaarheid verandert in emotionele druk.

Pleasen wordt verborgen afhankelijkheid.

Slachtofferschap wordt een manier om verantwoordelijkheid te vermijden.

En in de meest ernstige gevallen kan boosheid omslaan in agressie of geweld.

Dat betekent niet dat onveilige hechting automatisch leidt tot grensoverschrijdend gedrag. Verreweg de meeste mensen met een moeilijke jeugd worden nooit gewelddadig.

Maar wanneer oude trauma's onverwerkt blijven en overlevingsstrategieën jarenlang de regie houden, neemt het risico op destructieve relationele patronen wel toe. Juist daarom is het zo belangrijk om niet alleen naar gedrag te kijken, maar ook naar de ontwikkeling die eraan voorafging.

Dit soort verhalen zijn belangrijk

Daarom vind ik dit soort verhalen zo waardevol.

Niet omdat ze grensoverschrijdend gedrag verklaren of goedpraten. Iedere volwassene blijft verantwoordelijk voor zijn of haar gedrag.

Maar omdat ze laten zien dat achter ernstig grensoverschrijdend gedrag soms een lange geschiedenis van beschadiging schuilgaat.

Oude trauma's.

Onverwerkte pijn.

Een beschadigd basisvertrouwen.

Onveilige hechting.

Diepgewortelde onvervulde behoeften.

En overlevingsstrategieën die ooit noodzakelijk waren, maar later juist relaties kunnen ontwrichten.

Juist daar, denk ik, zouden we als samenleving veel nieuwsgieriger naar mogen worden.

Niet om schuld weg te nemen.

Maar om te begrijpen hoe destructieve patronen ontstaan.

Misschien begint preventie veel eerder

Ik ben blij dat er steeds meer ruimte ontstaat voor dit soort verhalen.

Niet omdat slachtoffers daardoor minder slachtoffer zijn.

Niet omdat daders daardoor minder verantwoordelijk worden.

Maar omdat we langzaam lijken te erkennen dat de werkelijkheid ingewikkelder is dan een simpele tegenstelling tussen goed en fout.

Misschien moeten we daarom veel eerder beginnen.

Niet pas wanneer iemand slachtoffer of dader is geworden.

Maar al bij het kind dat zich nooit echt veilig heeft gevoeld.

Bij de jongere die nooit heeft geleerd emoties te reguleren.

Bij de volwassene die voortdurend bevestiging zoekt zonder te begrijpen waarom.

Want daar begint het vaak.

Bij beschadigd basisvertrouwen.

Bij onveilige hechting.

Bij oude onvervulde behoeften die jarenlang onbewust blijven doorwerken in relaties.

Als we die oorsprong beter leren begrijpen, ontstaat er misschien meer ruimte voor preventie, herstel en echte verandering.

Niet alleen voor slachtoffers.

Niet alleen voor daders.

Maar voor iedereen die verlangt naar gezonde, veilige en liefdevolle relaties.

Ruim eerst je eigen steen op

Misschien is uiteindelijk niet de belangrijkste vraag:

"Ben ik slachtoffer of dader?"

Maar:

"Welke oude pijn draag ik nog met mij mee?"

"Welke onvervulde behoeften sturen mijn relaties nog steeds?"

"Welke overlevingsstrategieën beschermen mij nog altijd, maar beschadigen inmiddels de mensen van wie ik houd?"

En misschien wel de belangrijkste vraag van allemaal:

Welke steen draag ik nog met mij mee, zodat ik hem kan opruimen voordat mijn partner, mijn kinderen of anderen erover struikelen?

Dat is voor mij waar bewustwording begint.

Niet bij het veroordelen van de ander.

Niet bij het zoeken naar schuld.

Maar bij de moed om eerlijk naar jezelf te kijken.

Want juist daar ligt misschien wel de grootste kans om de vicieuze cirkel van onveilige hechting, destructieve relationele patronen en grensoverschrijdend gedrag te doorbreken.