Wat als psychisch lijden voortkomt uit onveilige hechting en een verstoord basisvertrouwen?

Psychiater Jim van Os pleit voor een bredere kijk op psychisch lijden. Niet alleen symptomen en diagnoses zijn belangrijk, maar ook levensverhalen, hechting en basisvertrouwen. Herstel begint vaak met begrijpen wat iemand heeft meegemaakt.

Niel Rijsdijk

6/23/20268 min read

Onlangs las ik een interview met psychiater Jim van Os over psychisch lijden, diagnoses en de manier waarop we in de geestelijke gezondheidszorg naar mensen kijken. Zijn verhaal raakte mij, omdat veel van wat hij beschrijft aansluit bij wat ik bij mensen ben tegengekomen.

Van Os pleit ervoor om niet alleen naar symptomen en diagnoses te kijken, maar ook naar het levensverhaal van mensen, hun relaties, hun omgeving en de betekenis van hun klachten. Hoewel ik niet op alle punten dezelfde accenten leg, herken ik veel in zijn oproep om psychisch lijden in een bredere context te begrijpen.

Vanuit de begeleidingen met mensen die worstelen met onveilige hechting, een laag basisvertrouwen en hardnekkige overlevingspatronen zie ik hoe belangrijk het is om verder te kijken dan alleen de klacht. Vaak blijken klachten niet het probleem zelf te zijn, maar een begrijpelijke reactie op omstandigheden waarin iemand zich lange tijd heeft moeten aanpassen, beschermen of staande houden. Achter angst, somberheid, verdriet, boosheid, perfectionisme, relatieproblemen of een sterke innerlijke criticus gaat vaak een veel dieper verhaal schuil.

Veel psychische klachten worden vandaag beschreven in termen van diagnoses en stoornissen. Angst, somberheid, burn-out, ADHD, depressie of persoonlijkheidsproblematiek worden vaak benaderd vanuit symptomen en behandelprotocollen. Dat kan helpend zijn. Een diagnose kan erkenning geven, richting bieden en mensen helpen zichzelf beter te begrijpen. Medicatie kan soms bijdragen aan stabiliteit, rust en kwaliteit van leven.

Maar wat als dat niet het hele verhaal is?

Wat als psychisch lijden niet alleen gaat over symptomen, maar ook over hechting, emotionele verwaarlozing, trauma en een verstoord basisvertrouwen?

Misschien is dat ook de reden waarom veel mensen zich niet volledig geholpen voelen wanneer er alleen naar symptomen wordt gekeken.

Natuurlijk kunnen diagnoses en behandelingen waardevol zijn. Maar veel mensen verlangen uiteindelijk naar iets anders. Ze willen begrijpen waarom ze vastlopen in relaties, waarom ze zichzelf voortdurend bekritiseren, waarom ze moeite hebben met vertrouwen of waarom ze zich zo vaak onrustig voelen.

Herstel gaat dan niet alleen over het verminderen van klachten.

Het gaat ook over het begrijpen van wat er is ontstaan, het herkennen van oude overlevingsstrategieën en het ontwikkelen van meer veiligheid, verbinding en vertrouwen in jezelf en anderen.

Wat is basisvertrouwen en hoe ontstaat het?

Basisvertrouwen ontstaat in de eerste jaren van ons leven. Het ontwikkelt zich wanneer een kind zich veilig, gezien, gehoord en welkom voelt bij belangrijke hechtingsfiguren.

Een kind dat voldoende veiligheid ervaart, leert:

  • Ik ben welkom.

  • Mijn gevoelens doen ertoe.

  • Ik mag hulp vragen.

  • Ik ben waardevol.

  • De wereld is over het algemeen veilig.

Wanneer ouders emotioneel beschikbaar zijn, ontstaat er ruimte voor een veilige hechting en een gezonde ontwikkeling van het zenuwstelsel.

Maar niet ieder kind groeit op onder zulke omstandigheden.

Sommige kinderen groeien op met onvoorspelbaarheid, emotionele afwezigheid, afwijzing, stress, psychische problemen, verslaving of andere vormen van onveiligheid binnen het gezin.

Daardoor kan het basisvertrouwen zich minder goed ontwikkelen.

Niet omdat een kind zwak is.

Maar omdat het zich voortdurend moet aanpassen aan omstandigheden die eigenlijk te zwaar zijn voor een kind.

Het gaat daarbij niet om schuld geven aan ouders. Ook ouders dragen hun eigen geschiedenis, kwetsbaarheden, verliezen en onverwerkte pijn met zich mee. Maar moeilijke omstandigheden binnen een gezin kunnen wel degelijk invloed hebben op hoe een kind zichzelf, anderen en de wereld leert ervaren.

Onveilige hechting en psychische klachten

Veel mensen die opgroeien met onveilige hechting ontwikkelen manieren om zich staande te houden.

Ze leren zich aanpassen.

Ze leren zorgen voor anderen.

Ze leren hun gevoelens onderdrukken.

Ze leren presteren.

Ze leren voortdurend alert te zijn.

Wat ooit een noodzakelijke overlevingsstrategie was, kan later bijdragen aan psychische klachten zoals angst, somberheid, burn-out, perfectionisme, relatieproblemen, een laag zelfbeeld, moeite met grenzen aangeven en chronische stress.

Deze klachten ontstaan meestal niet uit het niets.

Vaak hebben ze een geschiedenis.

Een geschiedenis waarin veiligheid, verbinding en emotionele afstemming onvoldoende aanwezig waren.

Niet iedereen met een verminderd basisvertrouwen heeft ernstige trauma's, mishandeling of misbruik meegemaakt. Soms zijn het juist de kleine, terugkerende ervaringen van onvoldoende gezien, gehoord of emotioneel afgestemd worden die een grote invloed kunnen hebben op hoe iemand zichzelf en anderen leert ervaren. Wat voor het ene kind draaglijk is, kan voor een ander kind diep ingrijpend zijn. Daarom is niet alleen de gebeurtenis belangrijk, maar vooral hoe een kind die heeft beleefd.

De innerlijke criticus bij emotionele verwaarlozing

Een veelvoorkomend gevolg van emotionele verwaarlozing is de ontwikkeling van een sterke innerlijke criticus.

Veel mensen dragen een innerlijke stem met zich mee die voortdurend commentaar levert.

Een stem die zegt:

"Je doet het niet goed genoeg."

"Je moet harder je best doen."

"Je bent te gevoelig."

"Je moet sterker zijn."

Vaak lijkt deze stem onderdeel van de persoonlijkheid.

Maar meestal heeft zij haar oorsprong in oude ervaringen.

Wat ooit boodschappen van buiten waren, worden uiteindelijk boodschappen van binnen.

Zo ontstaat een innerlijke criticus die mensen jarenlang kan beïnvloeden in hun werk, relaties, ouderschap en zelfbeeld.

Daarnaast ontwikkelen veel mensen overtuigingen zoals:

"Ik ben niet belangrijk."

"Niemand begrijpt mij echt."

"Ik moet het alleen doen."

"Ik mag anderen niet tot last zijn."

Deze overtuigingen kunnen een leven lang invloed houden op hoe iemand zichzelf, anderen en het leven ervaart.

Basisvertrouwen en de relatie met jezelf

Wanneer basisvertrouwen beschadigd raakt, gaan veel mensen op zoek naar veiligheid buiten zichzelf.

Ze proberen waardering te verdienen door te presteren, zich aan te passen, te zorgen voor anderen of conflicten te vermijden.

Sommigen worden perfectionistisch.

Anderen worden pleasers.

Weer anderen trekken zich juist terug of worden extreem zelfstandig.

Hoewel deze strategieën ooit hielpen om verbonden te blijven met belangrijke anderen, kunnen ze er later voor zorgen dat iemand steeds verder verwijderd raakt van zichzelf.

Dat kan leiden tot een vorm van zelfvertrouwen die vooral afhankelijk is van succes, prestaties, bevestiging of acceptatie door anderen.

Maar basisvertrouwen gaat over iets anders.

Basisvertrouwen gaat over het diepere gevoel dat je oké bent zoals je bent.

Dat je gevoelens er mogen zijn.

Dat je waardevol bent, ook wanneer je fouten maakt.

Dat je niet eerst hoeft te presteren, zorgen of voldoen om recht te hebben op liefde, verbinding of bestaansrecht.

Wanneer basisvertrouwen ontbreekt, ontstaat vaak een voortdurende zoektocht naar bevestiging van buitenaf.

Mensen kunnen dan gevoelig worden voor afwijzing, kritiek of het gevoel niet gezien en begrepen te worden.

Herstel van basisvertrouwen betekent daarom niet alleen dat klachten verminderen.

Het betekent vaak ook dat iemand opnieuw leert luisteren naar zichzelf.

Dat iemand leert voelen wat van hem of haar is.

Dat er meer ruimte ontstaat voor zelfacceptatie, zelfcompassie en gezonde grenzen.

Niet omdat het leven daardoor altijd makkelijk wordt.

Maar omdat iemand steeds minder afhankelijk wordt van de vraag of anderen bevestigen dat hij of zij goed genoeg is.

Vanuit dat perspectief gaat herstel uiteindelijk niet alleen over het verminderen van psychisch lijden.

Het gaat ook over het ontwikkelen van een stevigere relatie met jezelf.

Hoe oude hechtingswonden relaties beïnvloeden

Niet iedereen ontwikkelt een harde innerlijke criticus.

Sommige mensen ontwikkelen vooral een diep gevoel van niet gezien worden.

Niet begrepen worden.

Niet belangrijk zijn.

Niet werkelijk meetellen.

Wanneer een kind onvoldoende emotionele afstemming ervaart, kunnen overtuigingen ontstaan zoals:

"Wat ik voel doet er niet toe."

"Niemand begrijpt mij echt."

"Ik moet het alleen doen."

Deze overtuigingen verdwijnen meestal niet vanzelf.

Ze reizen mee naar volwassen relaties.

Daardoor kunnen relatief kleine gebeurtenissen oude pijn raken.

Een partner die weinig belangstelling toont.

Een vriend die niet terugbelt.

Een collega die je niet betrekt.

Vaak raakt zo'n gebeurtenis aan een veel oudere ervaring van afwijzing, gemis of emotionele eenzaamheid.

Niet omdat iemand zwak is.

Maar omdat een oude wond opnieuw wordt aangeraakt.

Onveilige hechting en moeite met vertrouwen

Sommige mensen hebben in hun jeugd te maken gehad met ernstige onveiligheid, mishandeling, misbruik of verwaarlozing.

Juist de mensen die veiligheid hadden moeten bieden, waren soms ook degenen voor wie het kind bang was.

Dat creëert een fundamenteel dilemma.

Want hoe leer je vertrouwen wanneer degene die je had moeten beschermen ook degene was die je pijn deed?

Veel volwassenen met een geschiedenis van ernstige hechtingsproblematiek worstelen niet alleen met angst of somberheid.

Zij worstelen met vragen als:

  • Kan ik anderen vertrouwen?

  • Kan ik mezelf vertrouwen?

  • Kan ik veilig zijn in een relatie?

  • Kan ik hulp ontvangen?

  • Mag ik afhankelijk zijn van iemand?

Deze vragen hebben vaak grote invloed op relaties, werk, sociale contacten en kwaliteit van leven.

Wat ik in de praktijk regelmatig zie, is dat deze mensen soms jarenlang behandeld worden voor symptomen, terwijl de onderliggende hechtingswond nauwelijks aandacht krijgt.

Dan behandelen we de gevolgen, maar niet altijd de oorsprong.

Het zenuwstelsel leert wat het kent

Een kind dat opgroeit in onveiligheid leert voortdurend te scannen.

Is het veilig?

Komt er kritiek?

Ontstaat er ruzie?

Moet ik oppassen?

Moet ik mij aanpassen?

Die voortdurende alertheid wordt uiteindelijk onderdeel van het zenuwstelsel.

Het lichaam leert dat waakzaamheid noodzakelijk is.

Dat controle veiligheid biedt.

Dat ontspanning risicovol kan voelen.

Veel volwassenen met een geschiedenis van onveilige hechting leven daardoor dagelijks met spanning zonder zich daar volledig bewust van te zijn.

Hun systeem kent onrust beter dan rust.

Controle beter dan vertrouwen.

Overleven beter dan leven.

Veel mensen realiseren zich niet dat deze voortdurende alertheid ooit een slimme aanpassing was aan hun omgeving. Het probleem ontstaat wanneer een zenuwstelsel dat ooit veiligheid probeerde te creëren, jaren later nog steeds reageert alsof het gevaar aanwezig is. Wat vroeger bescherming bood, kan dan een belemmering worden voor ontspanning, verbinding en levensvreugde.

Meer dan symptoombestrijding

Diagnoses kunnen behulpzaam zijn.

Medicatie kan soms noodzakelijk zijn.

Voor sommige mensen levert dat rust, stabiliteit en verlichting op.

Maar de vraag die mij vaak meer interesseert is:

Wat is het herstelvermogen van deze persoon?

Welke mogelijkheden zijn er om opnieuw veiligheid te ervaren?

Kan iemand leren emoties beter te reguleren?

Kan iemand leren onderscheid te maken tussen vroeger en nu?

Kan iemand opnieuw vertrouwen ontwikkelen?

Kan iemand gezonde relaties opbouwen?

Kan iemand weer betekenis en verbinding ervaren?

Symptomen zijn vaak niet alleen het probleem.

Ze zijn regelmatig ook een signaal van iets dat aandacht vraagt.

Een gevolg.

Een aanpassing.

Een overlevingsstrategie die ooit nodig was.

Gelukkig zijn mensen meer dan hun geschiedenis.

Ons brein, zenuwstelsel en vermogen om verbinding aan te gaan blijven zich ontwikkelen. Nieuwe ervaringen van veiligheid, erkenning, verbondenheid en gezonde relaties kunnen bijdragen aan herstel en groei van basisvertrouwen, ook op volwassen leeftijd.

Dat betekent niet dat het verleden verdwijnt.

Wel dat het verleden steeds minder bepaalt hoe iemand zichzelf, anderen en het leven ervaart.

Een maatschappelijke uitdaging

Psychisch lijden is niet alleen een individueel vraagstuk.

De gevolgen zien we terug in relaties, gezinnen, gezondheid, werk en maatschappelijke participatie.

Mensen die zich langdurig onveilig voelen, raken soms sociaal geïsoleerd. Ze verliezen vertrouwen in zichzelf of anderen. Sommigen vallen uit op hun werk. Anderen ervaren langdurige lichamelijke klachten als gevolg van chronische stress.

Daarom vraagt herstel meer dan symptoombestrijding.

Het vraagt om veilige relaties.

Om scholen waar kinderen werkelijk gezien worden.

Om werkgevers die begrijpen dat psychische kwetsbaarheid niet altijd een gebrek aan motivatie is.

Om hulpverlening die niet alleen kijkt naar klachten, maar ook naar levensverhalen.

Om gemeenschappen waarin mensen zich welkom voelen.

Want uiteindelijk herstellen mensen niet alleen door behandeling.

Mensen herstellen ook doordat zij zich gezien, begrepen, gewaardeerd en verbonden voelen.

Tot slot

In mijn eigen leven heb ik ervaren hoe vroeg ontstane patronen van aanpassen, zorgen, presteren en alertheid jarenlang kunnen doorwerken zonder dat je dat zelf doorhebt.

Pas toen ik de relatie begon te zien tussen mijn geschiedenis, mijn overlevingsstrategieën en mijn basisvertrouwen, ontstond er ruimte voor echte verandering.

Datzelfde zie ik regelmatig terug in begeleidingen die ik heb gedaan.

Mensen die jarenlang hebben geprobeerd hun klachten te bestrijden, terwijl niemand hen ooit vroeg hoe hun basisvertrouwen zich heeft ontwikkeld.

Vaak ontstaat er al verlichting wanneer iemand gaat begrijpen dat zijn reacties niet vreemd, zwak of verkeerd zijn, maar ooit noodzakelijke aanpassingen waren aan moeilijke omstandigheden.

Voor mij begint herstel daarom niet bij de vraag wat er mis is met iemand, maar bij de vraag hoe iemand heeft leren overleven en wat er nodig is om weer meer veiligheid, verbinding en vertrouwen te ervaren.

Misschien is de belangrijkste vraag niet:

"Welke stoornis heb ik?"

Maar:

"Wat is er met mij gebeurd?"

En misschien nog belangrijker:

"Wat heb ik nodig om mij weer veilig genoeg te voelen om volledig te kunnen leven, verbinden en mezelf te zijn?"

Deze blog werd mede geschreven naar aanleiding van een interview met psychiater Jim van Os op Sociaal.Net. Zijn visie op psychisch lijden, levensverhalen en herstel raakte mij en sluit op verschillende punten aan bij mijn visie op basisvertrouwen, hechting en herstel.